Home > Concerten > Pukkelpop 2013 – Kiewit, Hasselt – 17 augustus 2013

Pukkelpop 2013 – Kiewit, Hasselt – 17 augustus 2013

pkp13alabama

Toen we dan dat laatste bonnetje opgebruikten en ons drankje op de tribunes aan de Wablief-tent nuttigden, konden we niet ontkennen dat we Neil Young niet echt gemist hadden. En van Eels  – misschien hebben andere artiesten er ook op ingepikt – kregen we ook nog eens die prachtige cover van Cinnamon Girl. Wat klaagt een mens dan? En dus beginnen wij vol goede moed aan het verslag van een vooraf al bewogen editie.

Als je broekspijpen al beginnen te wapperen nog voor je de Castello binnenkomt, weet je dat The Haxan Cloak niet voor gemiddelden gaat. Op Pukkelpop bleek dat hij naast vele vakjes valt.

Het is geen band. Want hij staat alleen op het podium. Het is geen dj. Want ook draaitafels heeft hij niet bij zich. En een standaard knopjesdraaier is hij ook al niet. Want hij gaat nooit voor het goedkoop dansbare, nooit voor het rechtlijnige. The Haxan Cloak past nergens echt bij.

De bassen waren zo diep dat het bijna pijn deed om te slikken. Een sensatie, die we tot dan toe enkel bij Sunn(((o hadden mogen ervaren. En dan zijn er die geluidsschichten die je vanuit de boxen tegemoet schieten. Het lijken wel klachten van zielen voor eeuwig tot de hel veroordeeld. Ontkomen is onmogelijk. Ook al vanwege het volume, dat je als luisteraar moet ondergaan.

En als er dan af en toe een spiertje licht doorheen de donkere massa, die de man uit doet braken, priemt, wordt dat meteen in de kiem gesmoord. Naar The Haxan Cloak kom je om te ondergaan.

Maar veel langer had het ook niet moeten duren. Op het podium gebeurt er immers helemaal niks. En dat wreekt zich op lange termijn. Of zijn wij dit weekend al zo verwend geraakt.

Wat een contrast met de lichtvoetige pianopop van Regina Spektor, die, net als Noah And The Whale een dag eerder, haar hele set lang te kampen had met technische problemen. Maar het kon de jonge lijven voor het podium niet deren. Zij warn al lang tevreden dat ze een nummer als On The Radio herkenden. Zelf hadden wij het na twee pannes en bijhorende onderbrekingen opgegeven.

Dan liever de geschifte rockpoespas van Omar Rodríguez-López en zijn Bosnian Rainbows. Dat vooral zangeres-performer Teri Gender Bender de aandacht trok zal de gitarist worst geweest zijn. Des te meer kon hij zijn scheefgetrokken gitaarsolo’s uit de boxen doen bliksemen. En intussen kon Gender Bender haar gangen gaan.

Als een soort moderne Kate Bush schuimde ze het podium af, ging ze languit op het podium liggen, toverde ze haar sokken om tot handschoenen en bleek ze ondertussen ook nog eens best een goede zangeres. Bindteksten ratelde ze in het Spaans af en uiteindelijk dook ze ook nog van het podium om tussen het publiek bekertjes te gaan rapen.

Bosnian Rainbows was absoluut een kijkje waard, zelfs als de muziek, die hoe dan ook moeilijk te omschrijven was, je helemaal niks zei.

“Are you scared of me?”, vraagt zangeres-gitariste Brittany Howard van Alabama Shakes zich af in You Ain’t Alone. Het zal nog niet. Soms lijkt het er wel op of ze dagelijks twee van die jonge snaken, die hier de andere podia onveilig maken, aan het spit rijgt en tot op het bot afkluift. Maar het volgende moment kan ze dan weer zo kwetsbaar overkomen.

Ze heeft een gestel als dat van een andere keizerin. En soms haalt ze even hard en soulvol uit als Aretha Franklin ook. En het genre waarvoor zij en haar bandje hebben gekozen is even Amerikaans als dat van Aretha. Alleen een stuk steviger en geënt op de vroege roots van de rock-‘n-roll.

Het is in elk geval een genot om Howard de wei rond haar vinger te zien draaien. Waar aanvankelijk zowat de ganse wei languit achteroverleunde en het schouwspel over zich heen liet waaien, stond uiteindelijk zowat drie vierde van de aanwezigen op het terrein rechtop om met één of beide voeten het ritme van songs als het onvermijdelijke Hold On mee te tappen.

Het meest indrukwekkend waren waarschijnlijk de tragere nummers waarin Howard nog meer kon tonen wat ze vocaal allemaal in haar mars had. Het eerder genoemde You Aint Alone, maar ook het wat eerder in de set geposteerde Heartbreaker deed ons met ingehouden adem toekijken.

Werkelijk imposant en ongetwijfeld met een mooie toekomst voor zich.

Het is een band, die je nieuwsgierig maakt, Dans Dans, maar om dan ook nog de hele show uit te zitten is voor de doorsnee festivalbezoeker net iets te veel gevraagd. Nochtans had dit trio niet meer nodig dan hun muziek om te boeien. Waar Bert Dockx zijn lichaam voortdurend rond zijn gitaar leek te boetseren, volgde zijn fantastische ritmesectie hem naar donkere jazzcafés, maar evengoed naar rocktempels.

Want hier werd voortdurend gewisseld van invalshoek zonder dat dat ook maar ergens stoorde. En als je dan al een nummer dacht te herkennen (Au Hasard), was dat enkel maar een aanleiding om daarop verder te gaan doorbomen. Dit optreden duurde minstens een uur te kort.

Er zijn zo’n paar dingen waar je bij Foals vanopaan kan. Eén daarvan is dat frontman Yannis Philippakis steevast het publiek induikt. Een ander is dat deze band er altijd helemaal voor gaat. Beide werden bevestigd op Pukkelpop.

Want crowdsurfingverbod of niet, Philippakis ging ook in Hasselt de menigte in. Een Bad Habit, zo je wil. En eentje waarbij hij deze keer ook zijn gitaar meenam en gewoon bleef doorspelen. En toen hadden we de voorste regionen al uit de bol zien gaan op My Number en het vanuit dat eenvoudige, enkele akkoord opgebouwde Spanish Sahara.

Wie zich inbeeldt dat Foals altijd gaat voor het dansbare, kwam vandaag trouwens meermaals bedrogen uit. De finale van Providence en heel Inhaler waren stevig gespierd en deden Philippakis bij momenten de grenzen van zijn stem – gillen, krijsen – verkennen.

Uiteindelijk ging hij ook nog persoonlijk kennis maken met de fans tijdens afsluiter Two Steps, Twice. Hij dook de middengang in en dronk er de biertjes van enkele fans leeg. Maar die hebben nu tenminste iets om later aan de kleinkinderen te vertellen. En de band wachtte geduldig op zijn terugkeer om in schoonheid af te sluiten.

Minpuntjes? Jazeker, Foals hoort in een donkere, niet eens noodzakelijk kleine zaal. Maar verder was dit een Foals zoals we die altijd willen zien.

Het blijft toch een raar fenomeen, popmuziek. Waar de ene tent half leeg bleef ondanks de goede muziek die er werd geproduceerd, bulkte de andere uit en kon je er moeiteloos het publiek induiken en crowdsurfen tot aan de uitgang. Trouwens, één van de zusjes in HAIM probeerde dat, tot ontzetting van de andere zusjes, ook even uit.

Een ding moet je de zusjes nageven: pretentie is hen vreemd. Ze waren aangedaan van de overweldigende opkomst in de zaal en speelden alsof hun leven ervan afhing. Maar muzikaal is er toch nog wat werk aan. Hun cover van Fleetwood Macs Oh Well was flinterdun en ook de rest van de songs was moeilijk imposant te noemen. Amusant, dat wel, zelfs al lag de referentie naar de door hen gecoverde band er vaak bijzonder dik bovenop.

Maar dat liet het volkje in de Club allemaal ijskoud. Zij gingen met plezier mee in de vibe en lieten zich op sleeptouw nemen door de bubbelpop van de dames. Wie zijn wij dan om daar kritiek op te hebben?

Nog zo’n bigger-than-life-feestje speelde zich even later af in de Wablief waar Afrobelg Baloji zijn ding deed met een heerlijk funky, Afrikaanse band als backup. Baloji plaatste zijn rhymes steeds in functie van de muziek en zweepte de tent op tot iedere hand de lucht inging, alle benen losgegooid werden.

Schitterend was vooral dat Baloji voortdurend zijn voortrekkersrol afstond aan zijn band inclusief zangeres, maar evengoed een rondedans deed met de microfoonstandaard als een speer in de hand.

Fantastisch hoe deze jongeman zijn roots heeft samengesmolten met zijn muziek en daar ook nog eens een schitterende, wervelende show rond heeft gebouwd. En dan deed het er geen ene moer toe dat hij in het Frans rapte. Voor even was iedereen in de tent wereldburger.

Met Opeth hadden wij er nog eentje opgespaard waar we naar uitkeken. En dat bleek uiteindelijk volkomen terecht. Want deze band schrikt er niet voor terug om zijn prog te doorspekken met grunts en bijhorende deathmetalriffs om even verder de meest lieflijke ballad aan de man te brengen.

Neem nu opener The Devil’s Orchard, dat soms wel op een mini-opera leek, met stukken die plotseling van toon veranderen om dan weer terug te keren naar het oorspronkelijke thema. Of het daaropvolgende Ghost Of Perdition, waarin bleek dat deze band loepzuiver kon musiceren en dat de stem van zanger –gitarist Mikael Åkerfeldt moeiteloos van de ene discipline naar de andere kan overgaan.

Wij genoten van zowat de hele set met het heerlijke Blackwater Park als imposante afsluiter. En dat Åkerfeldt ook nog eens over een gezond gevoel voor humor beschikt  – “U heeft toch nog even, want zometeen spelen we het hele oeuvre van Queensryche voor u” – was dan ook nog eens mooi meegenomen.

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: