Home > Concerten > Pukkelpop 2013 – Kiewit, Hasselt – 15 augustus 2013

Pukkelpop 2013 – Kiewit, Hasselt – 15 augustus 2013

ninpkp13

Als we dan dat laatste bonnetje opgebruikten en ons drankje op de tribunes aan de Wablief-tent nuttigden, konden we niet ontkennen dat we Neil Young niet echt gemist hadden. En van Eels  – misschien hebben andere artiesten er ook op ingepikt – kregen we ook nog eens die prachtige cover van Cinnamon Girl. Wat klaagt een mens dan? En dus beginnen wij vol goede moed aan het verslag van een vooraf al bewogen editie.

Dag éen begonnen wij aan de Main Stage, zij het alleen maar op doortocht naar de Club. Maar het optreden van Imagine Dragons trok de aandacht en wij bleven dan ook even kijken hoe zanger Dan Reynolds zich uitsloofde om het vroeg opgekomen publiek warm te maken voor de show. En dat lukte zelfs nog ook. Met extra percussie en niet eens zo’n slechte songs kwam het publiek al een eerste keer op de been. Niet slecht, zo vroeg op de middag.

“Dit is de eerste keer dat we in zo’ grote tent spelen”, gaf Mikal Cronin mee nadat hij zijn eerste nummer had gespeeld. Maar dat zag je er in elk geval niet aan. En ook Charles Bronson bleef er vanop het T-shirt van de drumster stoïcijns onder.

Hij speelt in een handvol bands, hanteert de bas en voegt backing vocals toe bij niemand minder dan Ty Segall. Maar hij heeft dus ook een eigen band, die – het zal u niet verwonderen – ook rechtstreeks uitde garage komt. In Hasselt kwam hij bewijzen dat hij de concurrentie met zijn broodheer aankan.

Want vanaf de opener legde de band de pees erop. Als je tien songs in veertig minuten speelt, weet je zo al dat er geen tijd verspild wordt aan bindteksten en andere onzin. De nummers flitsten aan een rottempo voorbij. Af en toe liet de band zichzelf wat ademruimte met bruggetjes of tempowisselingen, maar verder was het rammen tot op het bot.

Dat daarbij al eens een snaar sneuvelde, was uiteraard geen bezwaar. Cronins twaalfsnarige gitaar kon er sowieso al eentje missen en ook de sologitarist vond zes snaren duidelijk altijd al overroepen. Wel jammer was het dat de solo’s zelden goed uit de verf kwamen. Maar dat kon de band niet verweten worden.

Niet slecht voor zo’n vroeg optreden. En o ja, er waren ook nog liedjes. Noteer Shout It Out en Situation maar als hoogtepunten. Maar alleen omdat het moet. Want ook de andere songs zaten erg goed.

En Charles Bronson? Die zag dat het goed was.

In diezelfde Club stonden ook Allah-Las te wapperen met hun vlotte popsongs. En de aanwezigen lieten zich dat met plezier welgevallen en wiebelden heen en weer op de maat van de muziek. Een beetje kleurloos allemaal, misschien, maar daarom niet minder geapprecieerd. De jongedame naast ons was intussen al fan en was in de wolken met de handtekening van gitarist Pedrum Siadatian.

Hiphop benaderen wij altijd met de nodige omzichtigheid, maar die plaat van Kendrick Lamar had zo veel reactie losgeweekt, dat wij niet aan de verleiding konden weerstaan. In tegenstelling tot op Rock Werchter beschikte de man deze keer over een uitstekende liveband. En dat bleek inspirerend te werken, want Lamar vuurde rhymes over de wei af. Please Don’t Kill My Vibe? Daar bleek hij in Hasselt in elk geval geen enkele last van te hebben.

We hadden ze al eens aan het werk gezien op het Dourfestival eerder deze zomer en Badbadnotgood wou dat feestje ook aan deze kant van de taalgrens overdoen. Veel verandering ten opzichte van die Dourshow was er niet. Flying Lotus en TNGHT werden opengeplooid en kregen de Club tot buiten de tent aan het dansen. En ook de eigen songs konden rekenen op veel meeval. En dat  voor een instrumentaal jazzbandje.

Je weet het eigenlijk nooit met die Britpoppers. Het kan vriezen en het kan dooien. Het was dan ook met de nodige reserve dat wij Miles Kane stonden op te wachten in de Marquee. Maar sat was duidelijk nergens voor nodig.

Het begon nochtans allemaal eerder in mineur. Miles Kane, getooid in modieuze streepjesbroek en zwart hemd met officierskraag – we hebben het moeten navragen – startte de show op met een eerder lauw onthaald Taking Over. En ook bij het daarop volgend Kingcrawler kwam er bitter weinig reactie. Aan Kane zelf lag het nochtans niet. Die werkte zich met plezier in het zweet.

Maar eens Rearrange werd ingezet en de toeschouwers voor het eerst een nummer herkenden, kreeg hij loon naar werken en kwam de trein op snelheid om uiteindelijk uit te groeien tot een rasechte HST. Want Better Than That, dat vlak hierna zat, had een killerriff en bij Quicksand waren de fans maar wat graag bereid om mee te papapa’en.

Echt ontploffen deed de gitarist bij Darkness. En het publiek werd in DFWYA (afkorting van single) helemaal meegezogen in de maalstroom. Uiteindelijk werd er met Come Closer een passend, gloedvol einde aan het optreden gebreid, dat met een reprise nog eens extra in de verf werd gezet.

Miles Kane leek te starten als een boemeltrein maar trok he spoor uiteindelijk helemaal recht.

Glen Hansard kan het nog. En op Pukkelpop bleek dat hij daarvoor The Frames nog The Swell Season nodig had. Maar een uitgebreid orkestje met vier strijkers, drie blazers en een pianist helpt natuurlijk wel. En naast muzikant is Hansard ook een uitstekend entertainer, die zijn kwaliteiten ook hier maar wat graag tentoonspreidde. Trouwens, hij mocht dan al zo’n orkest bij zich hebben, ook in zijn eentje met akoestische gitaar, zoals hij dit optreden opende, blijft hij een begenadigd performer.

Het stond al even in de sterren – of tenminste op het net – geschreven. Van de show van Nine Inch Nails konden we iets verwachten. Trent Reznor had al aangegeven dat hij het idee van Talking Heads gepikt had. Maar hij had het wel naar de eenentwintigste eeuw geteleporteerd.

Dus stond Reznor daar in zijn eentje met zijn synthesizer op dat immense, lege podium. Om Copy Of A in te zetten. En geleidelijk aan kwamen de andere bandleden erbij. Het was het begin van een rockshow zoals er nog maar weinig gebracht worden.

Door voortdurend te spelen met licht (de led-schermen waarop de schaduwen van de muzikanten tegen een achtergrond van ruis getoond werden waren indrukwekkend om de lichtengineers die op het podium de muzikanten verlichtten niet eens te vermelden) en omdat kleine schermen werden aan- en afgevoerd was er in elke song wel iets nieuws te zien. Bovendien was Reznor zijn eigen, excentrieke zelf, zijn teksten krijsend in de microfoon, zich krampachtig vastklampend aan de standaard.

De muziek evolueerde doorheen de setlist van bijna puur elektronisch naar analoog, waarbij dan zelfs een cello te horen (en zien) was (Me, I’m Not). En of het nu aan hoog tempo dan wel aan laag tempo ( het prachtige Piggy) was, de songs hielden je gevangen in een duivelse lichtstorm, waar Trent Reznor wel leek door opgeslokt te worden.

Nine Inch Nails heeft de rockshow terug op de kaart gezet. Alleen jammer dat een deel van het visuele geweld tenietgedaan werd door het nog aanwezige daglicht. Maar laat dat slechts een vlekje zijn op Reznors duivelse zon.

De punkrockers van Alkaline Trio leken er aanvankelijk niet veel zin in te hebben. Het had er alles van weg dat dit een show op zuiver routine zou worden. Maar naarmate de setlist vorderde, liep de tent ook langzaamaan voller en werd het heilige vuur toch nog ontstoken bij gitarist Matt Skiba en bassist Dan Andriano, die om beurten de vocals voor hun rekening namen. En intussen gaf drummer Derek Grant het beste van zichzelf, de tanden op elkaar geklemd.

Als dan I Wanna Be A Warhol werd ingezet en de fans daar gretig op ingingen en uit volle borst meezongen, werd het toch nog een punkfeestje eerste klas. En de enige tent waar het crowdsurfverbod niet werd geadverteerd veranderde in een kolkende zee van lijven. Punk zoals het hoort dus.

Het was aan Godspeed You ! Black Emperor om weerwerk te bieden aan het rapgeweld van Eminem. Dat de opkomst niet meteen overweldigend zou zijn, was niet echt een verrassing. Maar de aanwezigen kregen wel een uitgebreid staaltje van het kunnen van deze Canadese straatrockers.

Als je je daaraan dan waagt, weet je ook wel dat je nummers voorgeschoteld zal krijgen die tot een half uur lang kunnen duren. Daarin zag je dan twee drummers aan het werk, een viertal gitaristen, twee bassisten en een violiste. Zij kreeg de taak toebedeeld om de show in gang te zetten.

GY!BE staat voor een muzikale high, een roes die wordt opgebouwd, in golven evolueert naar een hoogtepunt om dan langzaam uit te doven, je uitgeput achterlatend. En dat werd dan een aantal keer herhaald. Als u zich dan afvraagt of dit gaat vervelen, moeten wij dat met klem ontkennen. Ook nu weer was er steeds wel weer iets te zien of te horen. Als je aandacht dan even leek weg te deemsteren, waren er nog de hypnotische, flitsende beelden die op de achtergrond werden getoond.

GY!BE was meer dan een hoorervaring en voor ons een waardige afsluiter van de eerste dag.

Copyright tekst : daMusic
Copyright foto: De Morgen

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: