Home > Concerten > Crammerock – Festivalterrein, Stekene – 3 september 2011

Crammerock – Festivalterrein, Stekene – 3 september 2011

Gelukkig! Zonder kleerscheuren thuisgeraakt. Het was even moeilijk, maar met enkele helpende handen (waarvoor dank, heren) zijn we toch uit de modderpoel, die de parking was geworden, geraakt. De nieuwe locatie van Crammerock heeft met andere woorden de nodige indruk gemaakt. Een indruk die heel wat chauffeurs de dag nadien nog van hun wagen konden afwassen. Maar genoeg gezeurd. Het ging hem tenslotte om de muziek.

Wij gingen voluit voor het jeugdsentiment. Echo & The Bunnymen was voor de jaren tachtig wat Oasis was voor de jaren negentig. Ze maakten klassemuziek, vulden alle zalen in Engeland en hadden ook succes daarbuiten. Bovendien had zanger Ian McCullough een mond die zo aan de branie van de broertjes Gallagher deed denken. Maar hij was wel verantwoordelijk voor enkele schitterende nummers, die wij ook nu nog met plezier uit de kast halen.

Gezien het nu eenmaal om een festival ging, konden we meteen ook genieten van enkele andere bands, ook al omdat dochterlief haar zinnen daarop gezet had.

Gorki was daarvan de eerste. De tijd dat Luc De Vos het jonge volkje aan zijn voeten had, is reeds lang heen. Nu kan je je enkel nog ergeren aan zijn stereotype gewauwel over mooie liedjes, jonge lijven en babies. Maar het is nu eenmaal een festival en, gezien je daar nu eenmaal de kans krijgt om je (nieuwe) songs aan het publiek voor te schotelen, kan je maar beter van die kans gebruik maken.

Dus luisterden wij gedwee naar vier nummers van zijn nieuwe cd, die opnieuw in herhaling vielen. Maar het was wel genieten van Thomas Vanelslander, die zijn gitaar afbeulde en meteen ook zorgde voor de nodige show. Enig opzoekingswerk leerde dat de man ook bij Arno en Hannelore Bedert zijn kunsten mocht vertonen.

Uiteindelijk viel Vossieboy toch terug op de resem hits, die het verleden opleverden en haalde hij zelfs Mia uit de kast. Uiteraard werd er dan luid meegezongen. Het was, zoals dus al gezegd, immers een festival en dan hoorde dat er nu eenmaal bij. Maar verder was zelfs Vos’ blote bast bijzonder snel vergeten (en gelukkig maar).

Doe ons dan maar duizend keer de admiraal. Admiral Freebee wist zijn show op te bouwen, hield er in zijn smakelijk Aantwaarps steeds de sfeer in – heerlijk hoe hij steeds opnieuw het concert liet beginnen – en speelde vooral de pijlers van onder de splinternieuwe festivaltent uit.

Uiteraard viel ook hij terug op radiohitjes als Always On The Run en Lucky One en sloot hij de set af met een voor de hand liggend Oh Darkness, maar intussen was het publiek gaar en drong de energie door tot ver voorbij de PA. Maar hij durfde het ook aan om halverwege de set het tempo drastisch te verlagen en Allen Toussaints Get Out My Life, Woman van achter de piano te spelen.

Als het einde van de set dan werd aangekondigd met een, zoals steeds, broeierig heet Get Out Of Town, ging het publiek volledig uit de bol op Einstein Brain en het eerder genoemde Oh Darkness. Wij waren in elk geval meteen in festivalstemming.

Uiteindelijk was het donker genoeg om de raven uit Liverpool uit hun kooien te halen. Echo & The Bunnymen maken nog steeds platen. Of die nog steeds relevant zijn is dan weer een heel andere vraag. Maar wie songs van het kaliber van The Back Of Love of Rescue heeft geschreven, heeft het recht om te teren op het verleden. Er zijn andere bands die met heel wat minder de wereld blijven vervelen.

Al snel werd duidelijk dat Ian McCullough intussen veranderd is in een zoutpilaar, die steeds opnieuw dezelfde pose (inclusief onwrikbare sigaret) achter de microfoonstandaard aannam. De overtollige kilo’s zullen daarin ongetwijfeld meespelen en zijn kledij leek ons ook lichtjes overdreven. Zijn stem klonk daarentegen nog vrij fris, al dringen de jaren zich hier ook stilaan op.

En dan was er Will Sergeant, die nog steeds de vreemdste klanken uit zijn gitaar weet te halen. Of dat nu het Arabisch klinkende deuntje in The Cutter is of dat typische geluid van The Killing Moon, het maakte (op ons tenminste) de nodige indruk.

Maar er zat te veel routine in de show om er echt van onder de voet te zijn. Zelfs de covers van The Doors’ Roadhouse Blues en Lou Reeds Walk On The Wild Side die McCullough – op het eerste gezicht onaangekondigd en zonder overleg met de band – door de andere songs heen draaide, konden ons niet van die indruk ontdoen.

Maar uiteraard was het heerlijk meebrullen met Seven Seas en bisnummer Lips Like Sugar en dus zeuren we hier niet verder over. Crammerock was bij deze geslaagd.

Foto: daMusic

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: