Archief

Archive for juli, 2008

Dour festival – 17 t/m 20 juli 2008

27 juli 2008 4 reacties

Donderdag

De bas waarmee het optreden van Brian Jonestown Massacre (Last Arena) werd ingezet, , beloofde het beste: donkere, door drie – soms zelfs vier – gitaren gedragen songs die je ingewanden in de knoop leggen. Doodjammer dat de klankbalans ook hier niet goed zat. Drums en bas zaten zo prominent vooraan in het geluid dat alle nuances van zang en orgelspel volledig verloren gingen. “Belgium is a cemetary”, brulde Anton Newcombe naar het einde van de set toe. Dat had misschien eerder te maken met de hoeveelheid geconsumeerde illegale substanties, maar was evengoed van toepassing op de apathische meute voor het podium. Het had nochtans zo mooi kunnen zijn. Meer lezen…

Low budget

Hayden. Wel eens van gehoord? Hij is een Canadees singer-songwriter, die heerlijk rustige, gevoelige liedjes schrijft. Eerder dit jaar speelde hij in het voorprogramma van The National in de AB. De single van zijn laatste album ‘In Field & Town’ voorzag hij van een wel erg low budget video. Bekijk hem vooral helemaal.

Kijk, dat zorgt nu voor een glimlach op mijn gezicht …

Categorieën:Persoonlijk Tags:

The War On Drugs – Wagonwheel Blues

Onverschilligheid moet zowat de grootste angst zijn voor een groep. Al valt het te begrijpen dat je een plaat maakt enkel voor jezelf, om een uitweg te zoeken voor je gevoelens of wat dan ook. Toch moet het hard zijn om te horen voor een band dat het werk dat je net hebt afgeleverd, het publiek onverschillig laat. Niet dat dat het geval is bij ‘Wagonwheel Blues’ van The War On Drugs.

In het traditionele boekje bij de cd staan zes mensen vermeld als muzikanten binnen de groep. Wie de liner notes echter van dichtbij bekijkt, zal merken dat het vooral Adam Granduciel en Kurt Vile zijn die de dienst uitmaken. De heren gebruiken gitaren, toetsen, blaasinstrumenten en drums om te komen tot een wel heel origineel geheel. Aanvankelijk vraagt het resultaat wat gewenning, maar wie zich laat overtuigen, raakt onvermijdelijk verslaafd.

Niet eenvoudig om dit plaatje te beschrijven, maar als je de stem van Bob Dylan neemt en het doordrammerige van The Dream Syndicate (die lang uitgesponnen, steeds herhaalde riffs) in een bad van galm (denk aan de laatste British Sea Power) onderdompelt, kom je ergens in de buurt. Ook Bruce Springsteen en Neil Young werden al opgegeven als referenties en daar kunnen we eveneens inkomen. Vast staat dat het een wel heel origineel geluid is waarbij de heren zijn uitgekomen.

Wat vooral verbazing opwekt, is het feit dat de plaat op geen enkel moment een minder moment vertoont. Of dat nu het enkel met akoestische gitaar opgestarte Coast Reprise is dat uitmondt in door opdringerige drums opgejaagde gitaren of het wat ingehouden There Is No Urgency, alles maakt even veel indruk. Ook voor instrumentaal werk (Taking The Farm of het psychedelische Reverse The Charges) draait The War On Drugs zijn hand niet om. En wonderlijk genoeg blijkt ook dat perfect te werken.

Wat ons betreft steekt  Show Me The Coast nog ietsje boven de andere nummers uit. Dat heeft vooral te maken met die heerlijk aangehouden, steeds herhaalde riff. Het lijkt wel of er nooit een einde aan het nummer komt en toch gaat het nooit vervelen. Als de muziek uiteindelijk toch wegsterft, heb je bijna spijt dat het voorbij is.

Het lijkt onvoorstelbaar dat deze plaat u onverschillig zal laten. Misschien hebt u er een grondige hekel aan. Of misschien omarmt u ze met veel liefde en kan u niet wachten om dit collectief ook eens op een podium aan het werk te zien. Het is in elk geval een plaat die emoties losweekt en is het hem daar in de muziek niet om te doen?

Copyright : daMusic

Categorieën:cd's Tags: ,

Shearwater – Rook

Het lijkt erop dat de Siamese tweeling Jonathan Meiburg en Will Sheff stilaan gescheiden raakt. Sheff wordt op dit nieuwe album ‘Rook’ van Shearwater nergens vermeld en Meiburg is in geen velden of wegen meer te bekennen binnen Okkervil River. Voorganger ‘Palo Santo’ (waarbij de inbreng van Sheff ook al beperkt was) gooide hoge ogen bij critici. Met ‘Rook’ wordt dit succes terecht geconsolideerd.

Jonathan Meiburg heeft iets met vogels: een “shearwater” is een pijlstormvogel en een “rook” is een roek, een kraaiachtige. Niet echt verwonderlijk als je weet dat Meiburg eigenlijk ornitholoog van opleiding is.

In zijn teksten duiken trouwens allerlei vogels op en lijkt hij gefascineerd door de natuur. Meiburg is ervan overtuigd dat het niet goed gaat met de wereld. Om dat onder woorden te brengen, gebruikt hij metaforen die voortdurend teruggrijpen op de natuur. In Rooks vallen de vogels uit de lucht. En het is de mens die daarvoor verantwoordelijk is. Pas als de mens ophoudt met roofbouw te plegen, is er nog hoop. Of zoals Meiburg het verwoordt : “There’s nowhere to flee for your life / So we stay inside / And we’ll sleep until the world of man is paralyzed”.

In zijn muziek maakt hij zich daar duidelijk boos over. Nummers als het schitterende The Snow Leopard beginnen alleen met zijn stem (ergens tussen Jeff Buckley en Antony) en een verdwaalde piano om dan uit te barsten in gitaarriffs en roffelende drums. Met opener On The Death Of The Waters weet u meteen waar u aan toe bent. Het pianospel doet ons daarbij soms denken aan dat van seventiesband Supertramp, al houdt de vergelijking daarbij helemaal op.

Dit is geen plaat die je draait terwijl je de schoonmaak doet. Dit album zuigt alle aandacht naar zich toe en eist je hele wezen op. Meiburgs stem is daaraan schatplichtig, maar u zal ook de finesses missen als u zich niet volledig aan deze cd wijdt: de klarinet in Home Life, de vibrafoon en de strijkers in Leviathan, Bound.

Het album is afwisselend, verveelt nooit, maar verdraagt geen enkele concurrentie. Waar Lost Boys een ingetogen ballade is, is Century Eyes een boze indierocksong met een drammende gitaar en een opgewonden Meiburg. Maar beide songs sleuren je mee in een draaikolk van gevoelens waar je pas uitraakt als de cd beëindigd is.

Wie dit album de tijd geeft, zal tot de conclusie komen dat Jonathan Meiburg en zijn Shearwater zijn uitgegroeid van afsplitsing van Okkervil River tot een volwaardige indierockband, waarvan ongetwijfeld nog heel veel moois te verwachten valt. Intussen zijn wij al heel erg opgetogen met dit meesterwerk.

Copyright : daMusic

It’s over …

Toen ik vannacht het laatste Waalse stof van mijn vermoeide voeten spoelde, zat ik voortdurend met It’s Over van ELO in mijn kop. Er zijn uiteraard andere nummers met dezelfde titel geschreven – denk maar aan Roy Orbison bijvoorbeeld – maar dat nummer zit er bij mij nu eenmaal ingebakken.

Maar het is dus voorbij. Vier dagen genieten van muziek op een stoffig terrein tegen de Franse grens. Ik heb heel mooie dingen gezien, heb genoten van de erotiek die van Goldfrapp uitging, de kracht en agressie van Future Of The Left, de speelsheid van Neon Neon en de aanstekelijkheid van Fujiya & Myagi. Het is weer mooi geweest. Tijd om terug mijn plaats te zoeken in het gewone leven, om verslagen te schrijven, om dat allemaal samen te voegen, om wat tijd met mijn gezinnetje door te brengen (het is tenslotte verlof), enz.

Ik kan haast niet wachten om ook op Pukkelpop op ontdekking te gaan.

Categorieën:Persoonlijk Tags:

Colin Meloy – Sings Live

Naar eigen zeggen zou Dracula’s Daughter Colin Meloys slechtste song ooit zijn. Waarom hij die dan wel speelt, legt hij uit op ‘Sings Live’ en moet u zelf maar ontdekken. Het gaat er maar om dat de wat knullige tekst ervan om een of andere duistere reden steeds maar door ons hoofd spookt. Zegt dat nu iets over ons eerder dan over de muzikant?

Het zijn harde tijden voor artiesten. Om het financiële plaatje te doen kloppen, is spelen met hun respectievelijke bands niet langer meer voldoende. Dus schnabbelen de heren bij door solo op tournee te gaan. En omdat er al eens opnames worden gemaakt van wat er daar wordt gespeeld en het resultaat daarvan ook een mooie extra cent opbrengt, worden die livecd’s dan verkocht tijdens de optredens. Bovendien is het een uitstekende manier om jezelf scherp te houden.

Voor wie het niet zou weten: Colin Meloy is de frontman van The Decemberists, maar staat ook solo meer dan zijn mannetje. Dit is ook niet de eerste van dit soort platen voor hem. Of de voorgangers (‘Sings Morrissey’, ‘Sings Shirley Collins’ en onlangs nog ‘Sings Sam Cooke’) even aangenaam om horen waren, is moeilijk te zeggen, gezien ze enkel te koop zijn tijdens de tournees. Indien u er eentje thuis zou liggen hebben, laat het dan vooral even weten, want deze ‘Sings Live’ kan ons best bekoren.

Meloys stemkleur – een licht vibrato – gecombineerd met die eenzame akoestische gitaar maken van songs als Wonder en het ronduit schitterende On The Bus Mall een feest voor je oren. Bovendien slaagt hij er schijnbaar moeiteloos in om ongemerkt over te schakelen op perfect ingekapselde versies van andere songs. Dat doet hij met Fleetwood Macs Dreams in het laatstgenoemde nummer en met Ask van The Smiths na California One / Youth And Beauty Brigade.

Omdat hij regelmatig een woordje tot zijn (soms wat overmatig enthousiast) publiek richt, wordt de plaat ook nergens saai en wordt er op regelmatige tijdstippen een glimlach om de mondhoeken van de argeloze luisteraar getoverd. U zou nu kunnen aanbrengen dat dat toch ook niet het geval was op de platen van pakweg Nick Drake, maar die heeft het daar uiteindelijk ook niet bij gelaten. Zelfrelativering maakt ook van een muzikant een beter mens.

Dit is prima kampvuurmuziek die ook na meerdere luisterbeurten niet gaat vervelen. Originaliteitsprijzen zal hij er ongetwijfeld niet mee winnen, maar wij maken graag even de tijd om languit op de sofa te genieten van deze luisterliedjes.

Copyright : daMusic

Destroyer – Trouble In Dreams

14 juli 2008 1 reactie

Hoewel hij al muziek maakt sinds 1996 is Destroyer pas onlangs onder de aandacht gekomen met het laatste album ‘Trouble In Dreams’. Op verschillende internationale blogs wordt er gedweept met zijn muziek. Op de radio hoor je de muziek echter enkel in de late uurtjes. Dat is jammer want deze plaat staat vol met juweeltjes van songs.

Hij wordt wel eens vergeleken met David Bowie en die vergelijking klopt ook grotendeels. Toch heeft Daniel Bejar zijn eigen specifieke kwaliteiten. Er is eerst en vooral die door merg en been dringende stem. Als je Bejar hoort zingen, lijkt het wel of Marlene Dietrich een heks probeert te imiteren. Dat unieke stemtimbre draagt bij tot het gevoel van wanhoop, van desolaatheid dat van de songs uitgaat.

Luister maar naar Shooting Rockets (From The Desk Of Night’s Ape). Die eenzame, slepende gitaar neemt je mee naar de diepste regionen van zijn verbeelding: “I’ve got street despair carved into my heart!”. Pure poëzie, waarbij eenieder zijn eigen fantasie op hol kan laten slaan. Geen enkel beeld dat Destroyer je voorspiegelt, ligt voor de hand. Iedere luisteraar kan van elke strofe zijn eigen versie bedenken.

Zo maken wij van The State ons eigen private circus met roffelende trom, acrobaten, trapezekunstenaars die door het luchtruim zweven, dierentemmers die hun hoofd in de muil van de leeuw des levens steken. Uiteraard is er ook de clown die zichzelf voor schut zet voor het aanzicht der toeschouwers, maar hen tegelijkertijd een spiegel voorhoudt. En dan hebben we het enkel maar over de muziek. Dat is wat wij erin zien, maar het staat u volkomen vrij er uw eigen langspeelfilm bij te bedenken.

Muzikaal houdt de verwijzing naar Bowie zeker stek. Ook hij was iemand die nergens voor terugdeinsde, de gekste covers durfde te brengen, de wildste muziek te omhelzen. Hetzelfde geldt voor Destroyer: het ene moment brengt hij een dronkemanslied uit een zeemanscafé (Plaza Trinidad), het volgende lijkt hij weer een intiem liefdesliedje te zingen (Foam Hands), maar eigenlijk weet je het nooit en daarin ligt precies de charme van dit album, dat je bedwelmt als een drugsroes, waaruit je niet meer wilt ontwaken.

Daniel Bejar heeft met ‘Trouble In Dreams’ een schitterende plaat gemaakt, een plaat van een mysterieuze schoonheid. Maar voor hetzelfde geld zijn we gewoon behekst door die krakende oudewijvenstem. In dat geval hoeft u ons niet te komen redden.

Copyright : daMusic