Archive

Archive for juni, 2008

Sell out

Vandaag heb ik mij begeven op vijandelijk terrein: de Free Record Shop. Terwijl ik normaal met een wijde boog om hun winkels loop, heb ik mij vandaag bezondigd aan het nog rijker maken van deze uitzuigers. Enige troost die deze sell out (ik dus) heeft, is het feit dat ik slechts twee (2) euro per cd heb betaald en dat ze dus behoorlijk wat verliezen op elke cd. Er vond namelijk een x-jaarlijkse uitverkoop plaats op de parking van hun hoofdzetel in Aartselaar. Buiten het feit dat het een hel is om daar parking te vinden, is er ook nog de gebruikelijke file aan ingang en kassa. Dus vermeed ik om tegen het openingsuur aanwezig te zijn, maar begaf ik mij een uurtje later naar de plek des onheils.

Hoewel er behoorlijk wat mensen tussen de games, dvd’s en cd’s snuisterden, was het toch eenvoudig om een plaatsje te vinden. Tussen al de afdankertjes stond toch lekkers van onder andere Twilight Singers, Soulsavers en Cold War Kids. De buit besloeg dan ook zo’n dertien cd’s. Enkele daarvan gaan de kopies in mijn collectie vervangen. De rest is vers voer.

Het blijft toch heerlijk om te zien, te voelen bijna hoe muziekliefhebbers naast je haast maken om de stapel voor zich te doorlopen en er tegelijkertijd zeker van te zijn dat ze geen enkele titel hebben gemist. Je zal mij daar dan ook bijna altijd met een glimlach om de lippen zien. Niet alleen omdat ik me thuis voel tussen dergelijke fanaten, maar ook omdat ik hen in de gaten hou en besef dat ik net zoals zij ben.

Voor de liefhebbers : morgen (zondag 29/6 dus) is het nog uitverkoop van 12 tot 18 uur aan de Kontichsesteenweg in Aartselaar (links aan de McDonald’s op de Boomsesteenweg als je van Antwerpen komt). Misschien kom je me er nog wel eens tegen: mijn kinderen willen de games en dvd’s namelijk uitchecken en pa gaat dan natuurlijk terug mee. Ik moest zo eens een rij hebben overgeslagen.

Categorieën:Persoonlijk Tags:

Islands – Arms Way

Af en toe kom je er gewoon niet uit. Dan moet je een oordeel vellen over een album, maar kom je niet tot een eenduidig besluit. De ene keer ontdek je prachtige dingen, de volgende keer vind je het maar niks. ‘Arms Way’ van Islands is zo’n album.

Islands verrees in 2005 uit de as van de Canadese band Unicorns. Aanvankelijk was het vooral een collectief met Jamie Thompson en Nick Thorburn aan het roer. Violen hadden al van bij het begin een belangrijk aandeel in het geluid van de band. In 2006 hield Thompson de band echter voor bekeken, waarna Thorburn uitdrukkelijk het voortouw in handen nam. De combinatie van gitaarpopliedjes met een serieuze scheut violen is echter gebleven.

Dat wordt al meteen duidelijk bij opener The Arm dat wordt ingeleid door zachte violen om uit te barsten in een pittige riff en een prima refrein. Ook Pieces of You en J’Aime Vous Voir Quitter zijn best goede nummers, al hebben wij de indruk dat het allemaal van het goede een beetje te veel wordt. De eerste vier nummers (dus ook Abominable Snow, een nummer dat al door Unicorns werd gespeeld) zijn te gelijkaardig waardoor de plaat aan het begin een beetje lijkt in te zakken. Je hebt dan ook al gauw de neiging om de skipknop op te gaan zoeken.

Beschouw het als een heet bad. Aanvankelijk zal de hitte je huid rood kleuren en lijkt het of je door duizend naalden wordt geprikt. Eens je de eerste pijn echter hebt doorstaan, wordt het pas echt genieten. Met Creeper gooit de band het meteen over een andere boeg. Een discobeat met daarover een leuk gitaarloopje doet je wakker schieten. Het concept van dit nummer is zo eenvoudig dat het lachwekkend lijkt en toch werkt het.

De eentonigheid van de eerste vier nummers is dan ook in één klap vergeten, want ook Kids Don’t Know Shit loont meer dan de moeite. Dit is gewoon prima popmuziek zonder al te veel franjes. Niet dat het de luisteraar altijd even makkelijk wordt gemaakt. I Feel Evil Creeping In is een donkere song, die je eerst spelend in je hete bad lijkt onder te dompelen om je dan met geweld onder te houden. En Thorburn geniet ervan : “When I behave nobody cares / When I behave badly nobody dares”. Diezelfde donkere gedachten lopen trouwens als een rode draad door dit album.

Nu hebt u misschien de indruk dat wij dit een best een goed album vinden, maar eigenlijk weten we het gewoon niet. Misschien klinkt het beter als je troost zoekt, als je je slecht voelt, maar even goed kan het een prima middeltje zijn om je hoofd uit de wolken te halen. Zeg in elk geval niet dat we u niet gewaarschuwd hebben.

Categorieën:cd's Tags: , ,

Death Cab For Cutie – Narrow Stairs

Moeder, waarom schrijven wij? Het is iets wat een doorsnee recensent zich wel eens afvraagt. Death Cab For Cutie’s zevende album ‘Narrow Stairs’ heeft zich immers in geen tijd genesteld op het hoogste schavotje van de Billboard Album Top 200 en zal ook aan deze kant van de grote plas ongetwijfeld vlot over de toonbank gaan. Verkocht wordt het album dus in elk geval. Maar de redactie verwacht nu eenmaal dat er een oordeel geveld wordt.

Dat precies I Will Possess Your Heart als single werd uitgekozen, is op zijn minst vreemd te noemen. Niet alleen duurt het nummer langer dan acht minuten, het is pas ruim halfweg dat je Ben Gibbards stem te horen krijgt. Daarvoor lijkt het nummer een soort postrock-light waarbij de heerlijke, repetitieve bas van Nick Harmer een constante vormt, omringd door dwalende pianoklanken en de punctuele drums van Jason McGerr. Dat maakt het meteen een wat a-typisch, maar desondanks schitterend Death Cabnummer.

Daarvoor heeft u trouwens al kunnen genieten van Bixby Canyon Bridge dat openbarst als een rijpe zweer nadat Ben Gibbard aanvankelijk door middel van zijn stembanden nog een zalfje op de puist probeert te smeren. Het nummer wordt verscheurd door een krakende gitaar en opnieuw die pijnstillende baslijnen. Ook inhoudelijk is het niet echt rozengeur en maneschijn. “No closer to any kind of truth” is het uiteindelijke resultaat van zijn zoektocht naar het hogere.

Niet alle nummers zijn echter even sterk, al liggen ze allemaal even goed in het gehoor en word je ook door de wat mindere nummers (No Sunlight, You Can Do Better Than Me) meegevoerd door de goed draaiende HST die Death Cab For Cutie inmiddels is geworden.

Muzikaal is er misschien niet echt veel veranderd sinds ‘Plans’, maar toch misstaan nummers als het slome, wat tergende Talking Bird helemaal niet tussen de al mooi uitgebouwde lijst van songs die de groep tot op heden heeft uitgebracht. In Long Division ligt het tempo dan weer een stuk hoger. Deze tegenstellingen typeren een groep als Death Cab For Cutie. Zelfs als de vocalen van Gibbard enkel worden ondersteund door een eenzame gitaar zoals in afsluiter The Ice Is Getting Thinner, is het nog steeds onmiskenbaar een Death Cabsong.

“We’re not the same, dear, as we used to be” zingt hij in dat laatste nummer. Misschien mag dat voor hem als persoon gelden, toch is er niet echt noemenswaardig veel veranderd. ‘Narrow Stairs’ is een verrijking van de catalogus van Death Cab For Cutie met enkele puike staaltjes van veelzijdigheid, al blijft ‘Transatlanticism’ voorlopig nog steeds onze favoriet.

Categorieën:cd's Tags: ,

Over de rooie

24 juni 2008 4 reacties

Hij is er eindelijk, de nieuwe Weezer. Jawel, noem mij gerust een nerd. Het kan me niet schelen. Ik geniet elke keer weer van (eender welke plaat van) Weezer. Pork And Beans hangt al enkele dagen tussen mijn oren en is daar met geen stokken weg te krijgen. Hebt u trouwens al eens naar die tekst geluisterd? Magistraal toch. Rivers Cuomos antwoord op alle halfbakken kritiek op zijn vermeende onvolwassenheid. “I don’t care” herhaalt hij duizend keer. Maar dat is natuurlijk gelogen. Als hij het zich echt niets zou aantrekken van wat er gezegd en geschreven wordt, zou hij er toch geen liedjes over schrijven, zeker. Maar als dit elke keer het resultaat is van zijn frustratie, ga dan gerust uw gang, heren critici.

Toen ik hem vanavond voor de eerste keer speelde, ben ik eens lekker loos gegaan. Vrouw en kinderen waren niet in de buurt, dus ik kon lekker luchtgitaar spelen. Ah, wat kan het leven toch heerlijk zijn …

Categorieën:Persoonlijk Tags: ,

Bruce Springsteen & The E Street Band – Sportpaleis – 23 juni 2008

24 juni 2008 2 reacties

Begin er maar aan. Leg maar eens uit aan een neutraal muziekliehebber waarom hij naar een concert van Bruce Springsteen zou moeten gaan. Hoe breng je het kippenvel tijdens Badlands onder woorden? Hoe zet je dat gevoel van verwachting voor het concert op papier? Eigenlijk is het onbegonnen werk. Je moet het meemaken om het te kunnen ervaren.

En u hebt net uw kans gemist. Gezien het Boudewijnstadion een maatje te groot bleek, werd het hele circus verplaatst naar het Sportpaleis en dat is misschien maar goed ook. De akoestiek in België’s grootste concertzaal is dan wel even belabberd als in zijn grote broer in open lucht, het gevoel is toch iets intiemer. Vooral als dat stadion slechts voor de helft gevuld zou zijn. Dus stonden er al vroeg in de ochtend een handjevol diehardfans aan te schuiven om toch maar zo dicht mogelijk tegen het podium te kunnen staan.

Uiteraard kan u zich nu vragen stellen over de geestelijke gezondheid van deze trouwe aanhangers, maar voor een Springsteenfan is dit helemaal niet verwonderlijk. De energie, de levenslust, de emoties die vrijkomen bij een concert van de inmiddels negenenvijftigjarige rocker zijn nu eenmaal aanstekelijk en geven ook een meer doordeweeks persoon als u en ik een extra boost. Dus toen The Boss in zijn intussen traditioneel geworden zwarte hemd het podium opstruinde en de bal aan het rollen bracht, duurde het precies geteld één minuut voor de zaal in lichterlaaie stond.

Zoals steeds was de man erg goed geluimd en op een of andere onstuitbare manier weet hij dat over te brengen op zijn publiek dat op zijn beurt dan weer positieve vibes richting podium stuurt. Die wisselwerking werkte ook vanavond al was de meester niet al te goed bij stem. Springsteen voelde zich nooit te goed om eender welk verzoeknummer in de setlist op te nemen. Uiteraard hoorde Thunder Road tot de veel gevraagde nummers maar ook minder voor de hand liggende songs als Thundercrack en Point Blank kwamen aan bod.

Het grenst aan het ongelooflijke hoe Springsteen zijn nummers weet op te bouwen. Als hij zijn publiek vroeg “Can you feel the spirit?”, wist de halve zaal al dat Spirit In The Night zou volgen, maar dat neemt niet weg dat er nog steeds spanning in die song zat. Of het nu was door het feit dat de toeschouwers luidkeels meebrulden of doordat het nummer ergens halverwege plotseling stilviel, het had geen enkel belang.

Als vanzelfsprekend volgde er na een bloedstollend Badlands nog een uitgebreide bisronde met klassiekers als het onverwoestbare Born To Run en Glory Days. Het blijft aandoenlijk hoe de handen als door een golf voortgestuwd de protagonist volgden terwijl hij van de ene kant van het podium naar de andere wandelde, liep of schoof (nadat hij eigenhandig het pad had geveegd). Daarbij bleef hij zijn aandacht steeds verdelen over de hele zaal. Op die manier leek het of hij je persoonlijk aansprak.

Ook voor humor was er ruim voldoende plaats. Dat kon gaan van het plagen van Little Steven met een door een fan gemaakt Badabingbord of door op de maat van de muziek met zijn kont te gaan schudden.

Misschien bent u nu overtuigd en overweegt u om volgende keer ook uw zuur verdiende geld te spenderen aan deze rasechte entertainer. Indien u te vinden bent voor de betere rockmuziek, misschien zelfs enkele nummers van The Boss kent, zal u niet teleurgesteld zijn.

Copyright foto : De Standaard

John Fogerty – Vorst Nationaal – 19 juni 2008

“Maybe you noticed I actually like doing this job.” Het was inderdaad voldoende duidelijk: John Fogerty geniet nog steeds van elk optreden. Met een bijna twee uur durende show maakt hij duidelijk dat hij dan wel niet meer zo uitdrukkelijk aanwezig is als in zijn gloriejaren, maar zijn swamprock heeft toch een onuitwisbare stempel nagelaten in de annalen der popmuziek.

Ongetwijfeld zijn er mensen die nooit zullen erkennen dat Fogerty een belangrijke schakel was in de ketting die countrymuziek en rock-‘n-roll verbindt. Hij injecteerde zijn muziek met een flinke scheut traditionele Amerikaanse muziek en kwam op die manier uit bij een soort avant-Americana, dat wereldwijd aansloeg.

Ook vandaag nog verwarmen zijn hits heel wat harten. Hij heeft inmiddels een goed gevulde catalogus waaruit kan geput worden. Naast de parels die hij met Creedence Clearwater Revival uit zijn hoed toverde, heeft hij ook een succesvolle solocarrière uitgebouwd.

Deze tournee wordt opgehangen aan het laatste album ‘Revival’ en dat wordt duidelijk gemaakt door de twee lichtreclames aan beide zijkanten van het podium. Toch is het met een klassieker als Travellin’ Band dat het vuur meteen aan de lont wordt gestoken. Geruggesteund door een uitstekend ingespeelde band wordt er allesbehalve op routine gespeeld. Vooral ritmegitarist Hunter Perrin valt op als hij naarmate de show vordert steeds meer wild headbangend het podium afschuimt. Ook multi-instrumentalist Jason Mowery (fiddle, banjo, mandoline, gitaar, lapsteel, …) doet een aanzienlijke duit in het zakje, al moet je opnieuw aanvaarden dat zijn bijdragen in Vorst Nationaal niet helemaal tot hun recht komen.

Regelmatig geeft Fogerty achtergrondinformatie bij zijn nummers en op die momenten is het opvallend hoe het publiek ademloos en muisstil luistert naar wat deze rockveteraan te vertellen heeft. Of hij nu opschept met de tekening die zijn jongste dochter voor hem heeft gemaakt of Broken Down Cowboy opdraagt aan zijn vrouw, alles gaat erin als zoete koek. Het is ook nergens over the top, maar eerder uit het leven gegrepen. Het maakt van Fogerty een mens, iets wat je niet van elke artiest kan zeggen.

Opvallend is dat vooral naar het einde toe de versies van zijn songs steeds potiger worden. Voor Up Around The Bend haalt hij zijn twee zonen erbij, waardoor het nummer haast een hardrockversie meekrijgt en ook tijdens afsluiter Fortunate Son kunnen de nog aanwezige haren wild in het rond geschud worden. Voordien is er nog een schitterend Premonition waarin Fogerty aantoont ook de bluesrock meer dan genegen te zijn.

Het moge duidelijk zijn dat leeftijd geen enkel bezwaar hoeft te zijn. Ook als je drieënzestig bent, kan je nog een zaal in vuur en vlam zetten. Blijf gerust Rockin’ All Over The World, John. We lie-lie-like it.

Copyright : daMusic

Elvis Costello & The Attractions – Blood & Chocolate

Eentje uit de (naar internetnormen) oude doos. Geschreven voor Digg begin 2004 maar nooit online gegaan en vandaag per ongeluk teruggevonden op de PC. Mijn mening over deze schitterende plaat is trouwens nog helemaal niks veranderd.

Elvis Costello, Napoleon Dynamite, Declan MacManus, noem de man zoals je wil. In onze ogen kan hij hoe dan ook niks meer fout doen sinds wij hem voor de eerste keer hoorden. Dat was met Watching the Detectives in ’78 of daaromtrent. Zijn hele collectie staat in de kast. Maakt dat ons vooringenomen ? Ongetwijfeld, maar dat kan ons (en u ongetwijfeld al evenmin) geen reet schelen.

‘Blood & Chocolate’ heeft tussen al zijn platen toch een speciaal plaatsje. Het is een album dat je geleidelijk aan gaat waarderen. Elvis spuwt zijn vitriolen teksten als vanouds, maar op dit album lijken zijn woorden ingepakt in prikkeldraad. Dat begint al met Uncomplicated, dat hij als het ware uitkotst over de onthutste luisteraar. De kritiek die hij kreeg op zijn vorige langspeler ‘Goodbye Cruel World’ werd blijkbaar verwerkt op deze schijf, want de hele plaat lang blijft hij zingen alsof de duivel hem op de hielen zit.

Speciale vermelding krijgt Tokyo Storm Warning,dat hij samen met zijn vrouw Cait o‘Riordan schreef en zijn einde van de wereld, de ondergang en het verval van het moderne leven aankondigt. De ‘eentonige’ muziek en het steeds terugkerende refrein zijn getuigen van een dodelijke verveling en oppervlakkigheid.

Costello is sowieso al geen artiest wiens platen je draait als je je goed voelt. Hij bekampt zijn persoonlijke monsters in zijn muziek en is op zijn best als hij de slag verliest. Geen enkel nummer op ‘Blood & Chocolate’ heeft een prettig onderwerp. Steeds draait het om verdriet, woede, lust, hulpeloosheid, verlies en precies dan schittert Napoleon Dynamite. Het lijkt wel of hij zijn verdriet gebruikt als brandstof voor zijn muziek.

The Attractions doen hun werk als vanouds. De broertjes Thomas leveren strak werk als ritmesectie, Steve Nieve vult de gaatjes met piano of orgel en Costello zelf martelt zijn gitaar en vooral zijn stem.

Kan men dan niks slechts verzinnen over deze CD ? Wel, hier en daar zitten foutjes verstopt : een foute noot, Declans stem die overslaat, een instrument dat te laat wordt aangeslagen, maar producer Nick Lowe was zo verstandig die foutjes erin te laten. Op een of andere manier maken zij het geheel nog overtuigender, nog sterker en vooral nog echter.

Als deze plaat nog niet tussen je collectie staat, krijg je nu de kans om nog wat extra’s mee te pikken. Alle oudere CD’s van Costello werden onlangs heruitgebracht, aangevuld met allerlei lekkers, b-kantjes en live-tracks, en dat aan een erg redelijke prijs.