Verbazingwekkend hoe een groep als Death Cab For Cutie zo populair kan worden enkel op basis van een paar radiohitjes. In Amerika bereikte hun laatste plaat in geen tijd de top van de albumlijst. In België is er van de plaat misschien nog geen spoor te bekennen in de Ultratop, toch is het gezellig druk in het Openluchttheater Rivierenhof. Sinds ‘Plans’ is de groep ook in deze contreien erg graag gezien.

Voor de gelegenheid werd de waterpartij bedekt met een roostervloer zodat het publiek tot tegen het podium kan opschuiven. Ongetwijfeld een zet die de sfeer tijdens het concert bevorderde. Toch waren ook de zitbanken tot in de uithoeken goed bezet. De dreigende wolken hadden duidelijk niemand afgeschrikt.

Styrofoam - “good friends of ours”, volgens Ben Gibbard – mocht vooraf nog even zijn laatste album ‘A Thousand Words’ komen voorstellen. Het drietal had bij momenten blijkbaar nog wat moeite met het nieuwe werk: hier en daar bleek de motor al eens te sputteren. Arne Van Petegem is en blijft een talentvol musicus. Zijn stem was echter te beperkt om de popsongs van Styrofoam karakter te geven. Het optreden fungeerde dan ook eerder als achtergrondmuziek. Enkel de single deed hier en daar een hoofd meedeinen.

Eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat ook voor het hoofdprogramma het enthousiasme aanvankelijk eerder beperkt bleef. Waarschijnlijk had dat te maken met de temperaturen die eerder aanleiding gaven om een wintertrui te verkiezen boven een zomertopje. Deze locatie ligt dan wel weggedoken tussen de bomen, ook het geluid had te lijden onder de stevige wind.

Desalniettemin was het optreden hartverwarmend. Ben Gibbard – voor de gelegenheid met iets langere, wapperende lokken – was zijn immer wiebelende zelf en werd zoals steeds geflankeerd door ultraprofessional Chris Walla op gitaar en toetsen en een prima ritmesectie: gepassioneerd opdondertje Nick Harmer op bas en Jason McGerr achter de drumkit.

Zoals wel vaker werd aangevangen met met de opener van het nieuwe album, Bixby Canyon Bridge, ongetwijfeld behorend tot het betere werk van de band. Toen dat dan nog eens gevolgd werd door een prima The New Year, kon de avond al bijna niet meer stuk.

Hoeft het nog betoog dat Crooked Teeth en Soul Meets Body door de halve arena werden meegelipt? Sommige toeschouwers glipten zelfs het theater uit nadat de meest bekende nummers - reken daar ook nog The Sound Of Settling en het bevlogen I Will Possess Your Heart onder – aan bod waren gekomen.

Er stond anders nog meer dan genoeg lekkers op het menu. Oudjes zoals Company Calls Epilogue (uit’We Have The Facts And We’re Voting Yes’) of het recentere Cath… Op geen enkel moment werd het concert langdradig. En ook tijdens de bissen, met het midtempo Your New Twin Sized Bed letterlijk en figuurlijk op kop, werd de kwaliteit gewaarborgd. De door het luchtruim zeilende luchtkussentjes hadden zonder twijfel enkel te maken met het intussen flink aangezwengelde enthousiasme van het publiek.

De weersomstandigheden zaten niet echt mee, maar de muziek van Death Cab For Cutie bleek uiteindelijk meer dan voldoende om de aanwezigen te verwarmen. De komende Amerikaanse president heeft zijn nieuwe minister van energie al meteen gevonden.

Copyright tekst en foto : daMusic

Begin er maar aan. Leg maar eens uit aan een neutraal muziekliehebber waarom hij naar een concert van Bruce Springsteen zou moeten gaan. Hoe breng je het kippenvel tijdens Badlands onder woorden? Hoe zet je dat gevoel van verwachting voor het concert op papier? Eigenlijk is het onbegonnen werk. Je moet het meemaken om het te kunnen ervaren.

En u hebt net uw kans gemist. Gezien het Boudewijnstadion een maatje te groot bleek, werd het hele circus verplaatst naar het Sportpaleis en dat is misschien maar goed ook. De akoestiek in België’s grootste concertzaal is dan wel even belabberd als in zijn grote broer in open lucht, het gevoel is toch iets intiemer. Vooral als dat stadion slechts voor de helft gevuld zou zijn. Dus stonden er al vroeg in de ochtend een handjevol diehardfans aan te schuiven om toch maar zo dicht mogelijk tegen het podium te kunnen staan.

Uiteraard kan u zich nu vragen stellen over de geestelijke gezondheid van deze trouwe aanhangers, maar voor een Springsteenfan is dit helemaal niet verwonderlijk. De energie, de levenslust, de emoties die vrijkomen bij een concert van de inmiddels negenenvijftigjarige rocker zijn nu eenmaal aanstekelijk en geven ook een meer doordeweeks persoon als u en ik een extra boost. Dus toen The Boss in zijn intussen traditioneel geworden zwarte hemd het podium opstruinde en de bal aan het rollen bracht, duurde het precies geteld één minuut voor de zaal in lichterlaaie stond.

Zoals steeds was de man erg goed geluimd en op een of andere onstuitbare manier weet hij dat over te brengen op zijn publiek dat op zijn beurt dan weer positieve vibes richting podium stuurt. Die wisselwerking werkte ook vanavond al was de meester niet al te goed bij stem. Springsteen voelde zich nooit te goed om eender welk verzoeknummer in de setlist op te nemen. Uiteraard hoorde Thunder Road tot de veel gevraagde nummers maar ook minder voor de hand liggende songs als Thundercrack en Point Blank kwamen aan bod.

Het grenst aan het ongelooflijke hoe Springsteen zijn nummers weet op te bouwen. Als hij zijn publiek vroeg “Can you feel the spirit?”, wist de halve zaal al dat Spirit In The Night zou volgen, maar dat neemt niet weg dat er nog steeds spanning in die song zat. Of het nu was door het feit dat de toeschouwers luidkeels meebrulden of doordat het nummer ergens halverwege plotseling stilviel, het had geen enkel belang.

Als vanzelfsprekend volgde er na een bloedstollend Badlands nog een uitgebreide bisronde met klassiekers als het onverwoestbare Born To Run en Glory Days. Het blijft aandoenlijk hoe de handen als door een golf voortgestuwd de protagonist volgden terwijl hij van de ene kant van het podium naar de andere wandelde, liep of schoof (nadat hij eigenhandig het pad had geveegd). Daarbij bleef hij zijn aandacht steeds verdelen over de hele zaal. Op die manier leek het of hij je persoonlijk aansprak.

Ook voor humor was er ruim voldoende plaats. Dat kon gaan van het plagen van Little Steven met een door een fan gemaakt Badabingbord of door op de maat van de muziek met zijn kont te gaan schudden.

Misschien bent u nu overtuigd en overweegt u om volgende keer ook uw zuur verdiende geld te spenderen aan deze rasechte entertainer. Indien u te vinden bent voor de betere rockmuziek, misschien zelfs enkele nummers van The Boss kent, zal u niet teleurgesteld zijn.

Copyright foto : De Standaard

“Maybe you noticed I actually like doing this job.” Het was inderdaad voldoende duidelijk: John Fogerty geniet nog steeds van elk optreden. Met een bijna twee uur durende show maakt hij duidelijk dat hij dan wel niet meer zo uitdrukkelijk aanwezig is als in zijn gloriejaren, maar zijn swamprock heeft toch een onuitwisbare stempel nagelaten in de annalen der popmuziek.

Ongetwijfeld zijn er mensen die nooit zullen erkennen dat Fogerty een belangrijke schakel was in de ketting die countrymuziek en rock-‘n-roll verbindt. Hij injecteerde zijn muziek met een flinke scheut traditionele Amerikaanse muziek en kwam op die manier uit bij een soort avant-Americana, dat wereldwijd aansloeg.

Ook vandaag nog verwarmen zijn hits heel wat harten. Hij heeft inmiddels een goed gevulde catalogus waaruit kan geput worden. Naast de parels die hij met Creedence Clearwater Revival uit zijn hoed toverde, heeft hij ook een succesvolle solocarrière uitgebouwd.

Deze tournee wordt opgehangen aan het laatste album ‘Revival’ en dat wordt duidelijk gemaakt door de twee lichtreclames aan beide zijkanten van het podium. Toch is het met een klassieker als Travellin’ Band dat het vuur meteen aan de lont wordt gestoken. Geruggesteund door een uitstekend ingespeelde band wordt er allesbehalve op routine gespeeld. Vooral ritmegitarist Hunter Perrin valt op als hij naarmate de show vordert steeds meer wild headbangend het podium afschuimt. Ook multi-instrumentalist Jason Mowery (fiddle, banjo, mandoline, gitaar, lapsteel, …) doet een aanzienlijke duit in het zakje, al moet je opnieuw aanvaarden dat zijn bijdragen in Vorst Nationaal niet helemaal tot hun recht komen.

Regelmatig geeft Fogerty achtergrondinformatie bij zijn nummers en op die momenten is het opvallend hoe het publiek ademloos en muisstil luistert naar wat deze rockveteraan te vertellen heeft. Of hij nu opschept met de tekening die zijn jongste dochter voor hem heeft gemaakt of Broken Down Cowboy opdraagt aan zijn vrouw, alles gaat erin als zoete koek. Het is ook nergens over the top, maar eerder uit het leven gegrepen. Het maakt van Fogerty een mens, iets wat je niet van elke artiest kan zeggen.

Opvallend is dat vooral naar het einde toe de versies van zijn songs steeds potiger worden. Voor Up Around The Bend haalt hij zijn twee zonen erbij, waardoor het nummer haast een hardrockversie meekrijgt en ook tijdens afsluiter Fortunate Son kunnen de nog aanwezige haren wild in het rond geschud worden. Voordien is er nog een schitterend Premonition waarin Fogerty aantoont ook de bluesrock meer dan genegen te zijn.

Het moge duidelijk zijn dat leeftijd geen enkel bezwaar hoeft te zijn. Ook als je drieënzestig bent, kan je nog een zaal in vuur en vlam zetten. Blijf gerust Rockin’ All Over The World, John. We lie-lie-like it.

Copyright : daMusic

Religie en muziek zijn door de geschiedenis heen verweven geweest. Dat dateert al van de Gregoriaanse zang. De relatie tussen godsdienst en popmuziek daarentegen was – relirock daargelaten – soms behoorlijk pittig. Kijk maar naar de heksenjacht op Marilyn Manson of het gedoe over de (al dan niet achterstevoren te beluisteren) teksten van Iron Maiden. Wat betreft het optreden van Midnight Juggernauts kunnen we echter niet anders dan witte rook ten hemel sturen.

De opkomst voor de eerste show van de Australiërs (heerlijk toch, dat accent) is in elk geval maar iets groter dan voor de zondagsmis in de gemiddelde parochie. Het Brusselse Alpha 2.1 mag voor misdienaar spelen en kan ook al rekenen op een behoorlijk grote opkomst.Zij gooien het trouwens nog uitdrukkelijker over de religieuze boeg. “Alpha 2.1 will put you directly in contact with god.” schalt de deus ex machina uit de boxen.

Om dat hogere doel te bereiken, werkt de groep met twee gitaristen, een bassist, een drummer en een extra knoppendraaier/percussionist. Opvallend is vooral het gebruik van de CB-microfoon. Die microfoon is voor deze band trouwens wat het kruisteken voor het christendom is. Mister Gee, zanger en gitarist, wordt daarom ook vocaal bijgestaan door Mister Ben, die vooral gebruikt van dergelijke microfoon. Samen met de flesjes wijwater op het podium zijn het leuke gimmicks die de behoorlijk gestoorde, funky nummers extra in de verf zetten. Maar of dergelijke rituelen ook blijven werken, zal enkel de tijd uitwijzen. Intussen is hun show best onderhoudend.

Voor de eigenlijke ritus wordt de kwispel overgedragen aan Midnight Juggernauts. Hun doel is meteen duidelijk: de gelovigen in trance brengen en zo hogere sferen trachten te bereiken. Andrew Juggernaut die zowel de bas, de gitaar als de toetsen beroert, jogt daarvoor over het hele podium terwijl hij er samen met duiveluitdrijver en drummer van dienst, Daniel Stricker, het geloof er bij wijze van beukende ritmes probeert in te rammen. Dat lukt ook wonderwel want uiteindelijk slaat de hele Orangerie ogen en armen ten hemel.

Van het probleem dat zich op de cd stelde – dat het stevige ritme (te) vaak wordt onderbroken door rustige(re) nummers – is in dit huis des heren helemaal niets te merken. De uptempo nummers worden als een rozenkrans aan elkaar geregen en zorgen ervoor dat de snedigheid tot bij het verlaten van het gebedshuis wordt aangehouden.

Na de Intro volgt meteen het hemelse Ending Of An Era, waarin de kerkgangers met de neus op de duivelse feiten worden gedrukt. Het kwaad loert tenslotte om elke hoek. Het exorcisme bereikt zijn hoogtepunt tijdens wilde versies van Shadows en het oudere Blitzkrieg. Regelmatig wisselen Vincenzo Vendetti (zang / bas / toetsen) en Juggernaut van instrument en Stricker bereidt zijn eigen hemelvaart alvast voor door boven op zijn drumkit te klimmen om daar de trom te gaan slaan.

Het resultaat is dat in zowat tien nummers de toeschouwers in vervoering worden gebracht. Ons bracht dit schouwspel in elk geval tot bekering. De sekte van Midnight Juggernauts zal dan ook een stevige groei kennen indien ze deze optredens kunnen volhouden.

Copyright : daMusic
Meer foto’s op Photobucket

Een paar keer per jaar is Werchter zowat het populairste plaatsje van België en omstreken. Niet dat de plaatselijke kerk zo’n fantastische loodglasramen heeft. Er zijn nu eenmaal nog andere culturele mogelijkheden, iets meer buiten het ongetwijfeld boeiende centrum gelegen. TW Classic is daar de eerste in een rij van festivals waar de weergoden getrotseerd moeten worden.

“So you want to be a rock ’n roll star, …” De eerste woorden van Jonathan Vandenbroeck aka. Milow liegen er niet om. Zijn Belgische wereldhit You Don’t Know komt als eerste (met Milow solo op akoestische gitaar) aan bod en eigenlijk is dat helemaal niet zo’n slechte zet: daar hoeft het publiek tenslotte niet meer om te gaan zeuren.

Bovendien heeft de jonge Leuvenaar wel meer noten op zijn zang. Canada is het beste bewijs dat hij liedjes kan schrijven. Toch durft de aandacht tijdens zijn set wel eens te verslappen en dan zijn er nummers als Darkness Ahead And Behind nodig om terug wakker geschud te worden. Mooie binnenkomer, maar wel een ietsje voorspelbaar. Zijn cover van 50 Cents Ayo Technology blijft echter nog steeds de moeite.

Juanes, de eerste Colombiaanse muzikant die het Werchterpodium mag betreden, doet het uitstekend. Hij blijkt breeddenkend genoeg om zich niet te beperken tot Zuid-Amerikaanse ritmes voor het kruiden van zijn nummers. Ook bij de popmuziek is hij te leen gegaan en daarnaast durft hij eveneens reggae te verwerken in zijn songs.

Tot ieders verbazing weet hij zijn set zo uit te bouwen dat uiteindelijk de hele wei meedeint. Daarvoor heeft hij zijn wereldwijde hit La Camisa Negra helemaal niet nodig, al kan hij het uiteraard niet maken om die weg te laten uit de playlist. Het resultaat is een gesmaakt optreden dat de wereldmuziek overstijgt, ook al wordt er louter in het Spaans gezongen.

“Het moet toch feest worden, nietwaar?” De woorden die Guy Swinnen tijdens zijn interview met daMusic liet vallen, galmen nog na in de oren. En feest is het inderdaad geworden. The Scabs spelen de wei plat vanaf het moment dat de eerste tonen van You Don’t Need A Woman te horen zijn.

Toch wordt er niet helemaal op safe gespeeld. De twee nummers waarmee de show wordt ingezet (Take My Soul Away en Hello Lonesome) behoren niet tot de door hen gescoorde (radio)hits en ook later durven ze het zonder verpinken aan om Keep On Driving de set binnen te smokkelen.

Maar op TW Classic komt het publiek, zoals de naam al zegt, voor de klassiekers en die krijgen ze in de vorm van een strak I Need You en een werkelijk feestelijk Hard Times, waarbij het gezang van de toeschouwers zorgt voor een collectieve krop in de keel. Het iets te lang uitgesponnen Robbin’ The Liquor Store had misschien wat minder blasé (het uitspelen van de linker- tegen de rechterkant van de wei was erover) gemogen, de talrijk opgekomen fans zijn maar al te blij dat ze met hun gesmaakte cover van Neil Youngs Rockin’ In The Free World nog een toegift krijgen.

Feest was beloofd en feest is wat de aanwezigen hebben gekregen. Een standbeeld voor The Scabs, alstublieft!

Waarschijnlijk heeft Hans Otten, presentator van dienst, het niet gewaagd om niet voor het optreden van Iggy & The Stooges de aankondiging te doen. Het risico op een nat pak was misschien te groot.

In zijn karakteristieke houding, met beide armen boven het hoofd, het naakte bovenlichaam rustend op het gekantelde bekken, doet James Newell Osterberg jr. zijn ding. Het buikje is intussen onmiskenbaar, maar voor de rest zou je de man zijn 61 jaren niet aangeven. Ook zijn attitude is nog steeds die van de jonge punk van veertig jaar geleden. Hij spuwt op de camera, geeft zich over aan het publiek en nodigt zijn fans uit op het podium.

Maar intussen heeft zowat iedereen zijn act al wel eens meegemaakt. Het originele raakt er dan ook stilaan vanaf. Dat neemt echter niet weg dat nummers als Search And Destroy en Little Electric Chair de tand des tijds moeiteloos hebben doorstaan.

Iggy & The Stooges zijn nog steeds een logistieke hel voor de organisatoren maar een lust voor het oog van elke openminded muziekliefhebber.

Nadat de loeiharde bassen van Bob Marleys Get Up Stand Up over de wei hebben geklonken, komt The Police het podium op. De verwachtingen voor dit laatste optreden op Belgische bodem - zoals de aanwezigen herhaaldelijk wordt ingepeperd – zijn hoog. De vorige passage in het Sportpaleis is immers niet echt een succes te noemen.

Het begint in elk geval goed: Message In A Bottle zet de festivalgrond in rep en roer en ook Walking On The Moon is nog best interessant. Maar als met Demolition Man wordt gekozen voor een minder bekend nummer, zakt de temperatuur zienderogen. Het feit dat de heren erbij staan/zitten als zoutzakken, draagt ook niet meteen bij tot een uitgelaten sfeer. Sting laat de obligate “Iojo’s” wel meezingen door de fans, maar geïnspireerd is het niet echt te noemen.

Enkel wanneer Stewart Copeland tijdens Wrapped Around Your Finger zijn arsenaal percussie-instrumenten aanspreekt, valt er eindelijk nog eens iets te beleven. Maar ook daarvan is de nieuwigheid al snel af. Enthousiasme is vaak ver te zoeken al toont Andy Summers in zijn gitaarsoli dat hij zijn instrument wel degelijk beheerst.

Het is leuk om die nummers allemaal nog een keertje te horen, maar voor de groep lijkt het eerder een niet eens leuk karweitje dat zo snel mogelijk (na 5 kwartier inclusief de twee “bissen” houdt de band het voor bekeken) moet afgehaspeld worden en de liefhebber voelt zich dan ook bedrogen.

Dan liever Iggy die met zijn Stooges aantoont dat hij zijn vak nog steeds met hart en ziel doet, al raakt het trucje stilaan uitgewerkt. TW Classic 2008 is hoe dan ook de aflevering waar The Scabs met de hoofdprijs gaan lopen en zo de meubelen redden.

De Recyclart in Brussel is één van de clubs in België die je toch minstens een keer moet meegemaakt hebben. Gezien de zaal gelegen is onder de sporen van het station Brussel-Kapellekerk hoor je tijdens de intervallen regelmatig een trein voorbijdenderen. De bar bevindt zich in de voormalige loketten en uiteraard is elke vierkante centimeter benut door de lokale kunstenaars (lees: graffitispuiters). Maar er is dus ook plaats voor muziek. Muziek zoals het enige Belgische optreden van Tapes ’n Tapes bijvoorbeeld.

Zoals het hoort in een vrijgevochten club hangt de aankondiging van het rookverbod meer dan waarschijnlijk in het bezemhok en ook de techniek laat soms wat te wensen over. Dat draagt nu eenmaal allemaal bij tot de charme van deze unieke locatie.

Toevallig vindt Michael, zanger-gitarist van Guernica, de Recyclart ook nog eens de leukste zaal in België, maar dat is in dit geval niet echt objectieve informatie. Evenmin objectief is onze waarneming dat Guernica spannende popmuziek brengt met invloeden van pakweg Pixies en new wave. Het resultaat maakt duidelijk waar de bandnaam vandaan komt. De grillige structuren, talrijke tempowisselingen en zes prima songs beloven het beste voor de toekomst van deze naar eigen zeggen “shitty Belgian band”.

Ook zeer de moeite was het Canadese Land Of Talk. Met zangeres-gitariste Elisabeth Powell hebben ze een charismatische frontvrouw in hun rangen, die haar lichtjes hese stem gebruikt om de poprocknummers meer cachet te geven. Toch ligt de eentonigheid in de huidige muzikale wereld algauw op de loer en derhalve zou iets meer variatie in hun liedjes zeker geen kwaad kunnen. Maar de groep redt zich intussen meer dan behoorlijk.

Met de twee albums die Tapes ’n Tapes op hun conto hebben staan, is de keuze aan songs voor Josh Grier (Tapes 1 voor de vrienden) en zijn mannen al heel wat breder. Met het chaotische Jakov’s Suite wordt de dans ingezet. En gedanst wordt er: het publiek laat zich gewillig meevoeren op de hyperkinetische uitspattingen van de groep uit Minnesota.

Bassist Eric Applewick (‘n) en toetsenist Matt Kretzman (‘n) leveren naast hun muzikale bijdrage ook nog eens de backing vocals, terwijl drummer Jeremy Hanson (Tapes 2) zich volledig concentreert op zijn kit. Hij lijkt nog het meest op een bebrilde versie van Schroeder, de volledig op zijn speelgoedpiano toegespitste vriend van Charlie Brown in Peanuts. Voorovergebogen over zijn snare, zorgt hij voor een uitstekende basis, waarvan onder geen beding wordt afgeweken.

Terwijl het eerste deel van het concert voortraast als een op hol geslagen trein met hoogtepunten als het machtige Le Ruse en Conquest, wordt er na een zestal nummers toch wat gas teruggenomen en komen ook de nummers uit het debuutalbum aan bod. Cowbell en vooral Insistor kunnen nog steeds op de meeste bijval vanuit de zaal rekenen, al is de vorige single en afsluiter Hang Them All ook erg populair. Hoewel blijkbaar niet voorzien, komen de Tapes toch nog een keer terug om met In Houston de avond in schoonheid af te sluiten.

Drie goede bands op een originele locatie voor een behoorlijk gevulde, erg enthousiaste zaal: wat kan een mens nog meer verlangen van een druilerige lenteavond.

Copyright: daMusic
Meer foto’s op Photobucket

Doordeweeks is niet meteen een beschrijving die past bij Martha Wainwright. Is het niet omwille van haar familie, dan wel omwille van het blad dat ze weigert voor de mond te nemen. Niet dat ze een grote mond op zet, maar een liedje een titel als Bloody Motherfucking Asshole meegeven, is toch niet meteen alledaags.

Op de tafel aan de ingang van de Rotonde liggen vanavond niet alleen de gangbare t-shirts en cd’s. Er is ook een plaatsje voorzien voor de Martha Wainwrightslipjes. Hoewel de verkopers ons ervan proberen te overtuigen dat ze wel degelijk gebruikt zijn, blijken de maten jammer genoeg niet overeen te stemmen met onze rondingen. Dezelfde ironie komt ook in haar tweede album ‘I Know You’re Married But I’ve Got Feelings Too’ tot uiting. Intussen staat het erg verscheiden publiek mooi in de rij  – iets wat ook al zelden voorvalt - aan te schuiven om een plaatsje in de goed gevulde zaal te bemachtigen.

De flamboyante jongedame heeft een band bij zich die voor twee derde uit het wat onopvallende voorprogramma Dovehead bestaat, aangevuld met echtgenoot en producer Brad Albetta op bas en Jim Campilongo op elektrische gitaar. Zelf hanteert ze uiteraard de akoestische gitaar, waarbij ze haar hooggehakte laarzen wijd uit elkaar zet en zich in allerlei bochten wringt voor haar microfoon.

Als ze de avond met I Wish I Were in haar eentje inzet, weet je dat dit een goede show gaat worden. Martha geeft zich volledig, maakt af en toe een muzikaal schoonheidsfoutje, maar slaagt er desondanks moeiteloos in om de aandacht vast te houden. Dat doet ze in de eerste plaats door haar klasseliedjes, maar even vrolijk maakt ze een praatje – onbewust overschakelend van Frans naar Engels en terug - met de amateurfotograaf op de eerste rij of legt ze uit dat The George Song over de zelfmoord van een vriend gaat.

Naast haar eigen songs, waarvan vooral Comin’ Tonight, de machtige single You Cheated Me en de soloversie van de “ode” aan haar vader (Bloody Motherfuckin’ Asshole) imponeren, heeft ze zich ook nummers van Piaf (Adieu Mon Coeur), het Pink Floyd van Syd Barrett (See Emily Play) en de obscure Franse chansonnière Barbara (Voilà Combien De Jours, Voilà Combien De Nuits) eigen gemaakt.

Het publiek lust er allemaal pap van en smeekt de jonge Canadese tot twee maal toe om een bis te komen spelen, waaraan ze maar al te graag gehoor geeft. En achteraf is er ook nog tijd voor een handtekeningsessie en een praatje met de fans. Dit was misschien geen groots concert, maar een geslaagde avond was het in elk geval.

Copyright verslag : daMusic
Copyright foto : Cutting Edge

Ruim vijfentwintig jaar al maakt Joe Satriani voornamelijk instrumentale muziek. In die tijd heeft hij een volkomen eigen stijl uitgewerkt. Een stijl die vaak werd geïmiteerd, maar slechts zelden ook maar benaderd. Geen wonder dat de opkomst voor zijn doortocht naar aanleiding van zijn nieuwbakken album ‘Professor Satchafunkilus And The Musterion Of Rock’nog steeds ver boven het gemiddelde ligt. De liefhebbers van het betere gitaarwerk dragen Satriani nu eenmaal in hun hart.

De tropische temperatuur in het Koninklijk Circus maakt het de vermoeide luisteraar niet eenvoudig om de aandacht bij het voorprogramma te houden. De ogen dreigen onvermijdelijk dicht te vallen terwijl Ned Evett het publiek net zou moeten wakker houden. De muziek heeft wat weg van de bluesrockuitstapjes van Gary Moore, maar de zanger-gitarist heeft noch de nummers noch de stem om ook maar te kunnen tippen aan zijn voorbeeld.

Nee, geef ons dan maar duizend keer de grootmeester zelf. Tegen een kleurrijk verlichte achtergrond wordt het concert op de tonen van I Just Wanna Rock op de sporen gezet. En Satch, zoals zijn fans hem liefkozend noemen, zet er meteen de nodige vaart achter. Overdriver steekt helemaal het vuur aan de lont en er volgen nog heel wat explosies.

Afwisseling zit er ook voldoende in de set. Met Ice 9 uit debuut ‘Surfing With The Alien’ wordt de voet nog op het gaspedaal gehouden, maar tijdens Flying In A Blue Dream kan het publiek toch even naar adem happen.

Zoals steeds heeft de over het podium huppelende frontman zich weer omringd met de nodige klasse. Stu Hamm zorgt opnieuw voor het nodige basvuurwerk (ondanks de wat overbodige want al eerder geziene solo) en ritmegitarist Galen Henson en drummer Jeff Campitelli behoren intussen tot de oudgedienden. Zelfs roadie Mike Manning wordt even in de muzikale bloemetjes gezet.

Vaak valt je mond open van verbazing als weer eens blijkt dat hij de scratches waarmee Musterion wordt ingezet uit zijn gitaar tevoorschijn tovert. Als zijn vingers over de frets van zijn gitaar fladderen, kan je niet anders dan bewonderend toekijken. Bovendien blijven nummers als het onovertroffen Always With You, Always With Me van een haast bovenaardse schoonheid.

Het hoeft geen betoog dat hij na een kort intermezzo de zaal weet te doen rechtveren om de toeschouwers luid Crowd Chant te doen meebrullen om dan uiteindelijk met Summer Song de kers op de taart te zetten.

Meer dan twee uur je publiek weten te boeien louter met instrumentale nummers, het is niet elk muzikant gegeven. Dan nemen wij de klassieke rockposes er graag bij. Het aantal haren op zijn hoofd is intussen drastisch teruggebracht, maar zijn streken is Satriani nog duidelijk niet verleerd. En gelukkig maar.

Copyright : daMusic
Meer foto’s op Photobucket

Een stadsfestival als Les Nuits du Botanique heeft altijd wel de nodige aantrekkingskracht. Als je dan met één ticket ook nog eens in de vier beschikbare zalen terecht kan, mag je er op rekenen dat de opkomst groot zal zijn. Het betekent natuurlijk wel dat je moet kiezen en dat je voor volle en dus ontoegankelijke zalen kan komen te staan. Interessant was het programma in elk geval genoeg.

Neem The Germans bijvoorbeeld. Dit kwartet uit Gent staat niet meteen bekend om zijn zachtzinnige aanpak. Aankloppen was dan ook niet nodig. Gewoon de deur opentrappen en de muziek over de luisteraars heen storten. En dat is precies wat de band deed. Op het podium staat het schuim hen op de lippen en schieten hun ogen vuur.

Het is al even geleden dat we nog dergelijke energie en spelplezier van een stel musici hebben zien afstralen. Zanger-gitarist Jakob Ampe werkt zijn woede uit op de microfoon, ritmesectie Lennert en Timothy Jacobs blazen je de lucht uit de longen en leadgitarist Vincent Cauwels slaat spijkers met koppen. De nummers zijn sterk en doen je de vuisten ballen, laden je batterijen weer op en brengen de doden tot leven. Hulde!

De nieuwsgierigheid drijft ons de tent binnen. In de VS wordt vol lof gesproken over Of Montreal. De psychedelische popmuziek die daar te horen valt, kan ons echter niet echt bekoren, waarna we elders naar ander vertier op zoek gaan.

De voor Timesbold tot de nok toe gevulde Rotonde doet ons noodgedwongen terugkeren naar de orangerie waar Blood Red Shoes de zaal wel in beweging krijgt. Piepjong zien ze eruit: drummer Steven Ansell en gitariste Laura-Mary Carter. De ene slaat zijn frustraties van zich af, terwijl de andere haar gezicht voortdurend verstopt achter haar haren. Maar songs als I Wish I Was Someone Better gaan er in elk geval in als zoete koek.

Dat Two Gallants steeds de moeite loont, is al lang geen geheim meer. Adam Stephens (gitaar) en Tyson Vogel (drums) weten met beperkte middelen zoveel emotie en opgekropte frustraties in hun muziek te leggen dat het op de duur beangstigend wordt. Wat immers te denken van een zaal die luidop meebrult : “Death’s comin’ / And I’m still runnin’” (uit Steady Rollin’). Je zou van minder rillingen krijgen.

Helaas hebben ze vanavond  - de eerste show van hun Europese tournee – te kampen met technische problemen, waardoor er veelvuldig van kabels dient gewisseld te worden. Hoewel Stephens zoals steeds onbewogen zijn set afwerkt, heb je toch de indruk dat de concentratie na een tijdje weg is. Toch is het heerlijk om Seems Like Home To Me te horen overgaan in een lichtjes aangepaste versie van hoger vermelde single. En ook op Las Crucas Jail wordt volop uit de bol gegaan.

Terwijl ook Of Montreal volop aandacht had voor het visuele aspect tijdens hun show, was het vooral uitkijken naar die andere vaudeville, Chrome Hoof. Beschouw dit collectief maar als een blended whisky: voeg een aantal van deze gerenommeerde Schotse geestrijke dranken samen en je krijgt een cocktail waarvan je gaat duizelen. In Chrome Hoof wordt gespeeld met de funk van Bootsy Collins, de soul van James Brown, de grunt van een deathmetalband en je krijgt een fractie van het smakenpatroon dat je gehemelte streelt. Dan hebben we het nog niet over de overduidelijke klassieke inbreng (viool, trompet, saxofoon, fagot).

De hele band is getooid in zilveren - chroomkleurige, zo u wil – kapmantels met uitzondering van zangeres Lola Olafisoye. Terwijl zij het publiek uitdagend toezingt en danst hebben twee danseressen zich op de hoeken van het podium opgesteld en dansen synchroon op de vaak complexe muziek van de groep. Die muziek doet soms denken aan de structuren die een groep als Battles in haar songs legt : het veranderende tempo, de hooks die elkaar in sneltempo opvolgen,  een onverwacht instrument, een verrassend interludium of een gillende stem. Het lijkt misschien vreemd, maar dit allegaartje smaakt verdomd lekker.

Na een lange avond keren wij nog dronken van het laatste spektakel huiswaarts. Indien er wodcacontroles hebben plaats gevonden rond de Botanique, zal de staatskas ongetwijfeld weer gespijsd zijn geweest.

Copyright : daMusic
Meer foto’s op Photobucket

In de tuin van de Botanique is het heerlijk toeven met dergelijk zomers weer. Overal liggen mensen languit in het gras te genieten van de avondzon. De terrastafeltjes zitten uiteraard overvol en op de trappen is het zoeken naar een plaatsje. Waarom zou je dan een zaal als de Orangerie opzoeken? De twee eerste acts kunnen de zonnekloppers duidelijk niet overtuigen, maar voor Tunng is de opkomst toch behoorlijk groot.

Waar Kate Stables a.k.a. This Is The Kit de titel van haar album ‘Krülle Bol’ heeft gehaald, is meer dan duidelijk. Met haar weelderige krullen in een paardenstaart, in een soort pyjamabroek en met vrolijk gestreepte sokken staat ze op het podium. Ze is Engels, maar verblijft blijkbaar al een hele tijd in Frankrijk. Ze spreekt de taal dan ook bijna vlekkeloos.

Haar muziek ligt in het verlengde van de nieuwe folkrage: veel verwijzingen naar de natuur in teksten en spaarzaam met de instrumenten. Met een banjo of een gitaar begeleidt ze zichzelf terwijl ze met haar aan Joni Mitchell verwante stem haar liedjes zingt. Haar muzikale partner Justin zorgt voor de meerwaarde door haar bij te staan op banjo, percussie, gitaar of viool en door af en toe voor achtergrondzang te zorgen. Aangenaam, maar ook niet meer dan dat.

Ook over Cafeneon zijn we niet meteen enthousiast. Drive is er genoeg, maar bij momenten wordt er erg rommelig gemusiceerd. Dat heeft misschien te maken met een gebrek aan ervaring, maar dat is niet het enige probleem. De nummers beklijven niet, al is het aanwezige publiek (ongetwijfeld voor het merendeel familie van deze Brusselse groep) het daar niet altijd mee eens. De mix van electro en rock hebben we trouwens al eerder en vooral veel beter gehoord.

Als je dan iets later Tunng aan het werk ziet, begrijp je dat de voorgaande bands nog veel te leren hebben. De combinatie van akoestische gitaren met spaarzame elektronica die deze band heeft uitgewerkt, is indrukwekkend. Maar wat deze band echt uniek maakt, is hun zang. De nummers worden namelijk (meestal) door vier stemmen tegelijk gezongen, waardoor het geheel iets magisch krijgt.

Doordat op de drie (akoestische) gitaren verschillende akkoorden gespeeld worden, krijg je een gelaagd resultaat. Soms wordt dat opgebouwd zoals in de instrumental Out The Window With The Window, maar even vaak wordt je als luisteraar overvallen door een sound waarbij je niet weet waarnaar eerst te luisteren.

Voor de set van vanavond wordt geput uit hun drie albums. De sound mag sinds debuut ‘Mother’s Daughter And Other Songs’ dan misschien niet erg geëvolueerd zijn, er zit meer dan genoeg variatie in hun muziek om het boeiend te houden. Af en toe neemt de elektronica het voortouw (zoals in Beautiful And Light), maar meestal is het enkel de percussie, de speelgoedinstrumenten of een eenzame klarinet of melodica die je naast de gitaren hoort. Toch passen de samples en rustige beats perfect in het klankenlandschap dat wordt aangelegd. Het is in elk geval genieten van nummers als Sweet William of Bricks.

Af en toe is er zelfs plaats voor humor. De naar eigen zeggen op thrash metal geïnspireerde gitaarsolo van Mike Lindsay in instrumental Soup is grandioos en als Bullets aanvankelijk in de soep wordt gedraaid, wordt dat met de glimlach (“This is most embarrassing.”) toegegeven.

Aanvankelijk was er twijfel of we er wel goed aan hadden gedaan om de voorkeur te geven aan een snikhete zaal boven een fris terrasje, maar uiteindelijk blijken we toch de juiste beslissing genomen te hebben.

Copyright tekst : daMusic
Meer foto’s op Photobucket