Donderdag

De bas waarmee het optreden van Brian Jonestown Massacre (Last Arena) werd ingezet, , beloofde het beste: donkere, door drie – soms zelfs vier – gitaren gedragen songs die je ingewanden in de knoop leggen. Doodjammer dat de klankbalans ook hier niet goed zat. Drums en bas zaten zo prominent vooraan in het geluid dat alle nuances van zang en orgelspel volledig verloren gingen. “Belgium is a cemetary”, brulde Anton Newcombe naar het einde van de set toe. Dat had misschien eerder te maken met de hoeveelheid geconsumeerde illegale substanties, maar was evengoed van toepassing op de apathische meute voor het podium. Het had nochtans zo mooi kunnen zijn.

Een stuk aangenamer was de show van General Mindy (Eastpak Core Stage), die zich vol inzet helemaal gaven. De ambiance in de tent was dan ook stukken beter dan op de weide. De band doorspekt hun rocksongs met allerlei invloeden zoals country en zelfs een soort hoempapa om uit te komen bij een gesmaakt geheel. Dit belooft het beste voor de toekomst.

Voor het project van Bryan Hollon (Boom Bip) en Gruff Rhys (Super Furry Animals) dat schuilgaat onder de naam Neon Neon (Last Arena) was de interesse meer dan behoorlijk en de nummers werden zowaar al meegezongen. De muziek van Neon Neon werd volledig rond het werk van John DeLorean opgebouwd en gekaderd in een aan de tachtiger jaren refererende muzikale achtergrond.

Aanvankelijk leek het erop dat de vonk niet zou overslaan en Rhys gaf een eerder ongeïnteresseerde indruk. Naarmate de set echter vorderde, werd steeds duidelijker dat hier een eerste hoogtepunt in de maak was. Naast de twee eerder vernoemde hoofdrolspelers stonden namelijk ook de andere vocalisten van het project, Cate Le Bon en absolute showsteler Har Mar Superstar, op de bühne. Die laatste wist de wei al vroeg in de namiddag om te toveren tot een feestje. De positieve vibes die als reactie hierop van de wei het podium oprolden, werkten duidelijk aanstekelijk waardoor de eerste doortocht van Neon Neon uitmondde in een triomf. De eighties zijn duidelijk nog steeds actueel.

“Prepare for a shockwave.” De saxofonist had het niet beter kunnen omschrijven. Men zou het Eli ‘Paperboy’ Reed niet aangeven, maar de man heeft een stem als een klok en mag gerust tot één van de erfgenamen van James Brown worden benoemd. Met zijn True Loves (bas, gitaar, drums en drie blazers) wist hij de Club Circuit Marquee terug te flitsen naar de tijd dat soul hoge ogen gooide. Of het nu een ballade was of een intens rockend soulnummer, dat kleine, blanke, ietwat gezette mannetje slaagde er schijnbaar moeiteloos in om de harten van de aanwezigen te verwarmen.

Mystery Jets (Eastpak Core Stage) hadden gezorgd voor de nodige “Brit support”. De naar aloude traditie meegereisde Engelse fans zorgden voor de nodige sfeer vooraan in de tent. Niet dat de groep het nodig had, want de songs van het net verschenen ‘Twenty One’ gingen erin als zoete koek. Zanger Blaine Harrison is dan wel immobiel, maar heeft meer dan voldoende charisma om zijn groep te dragen. Een wereldprestatie werd hier niet meteen neergezet, maar het was hoe dan ook aangenaam toeven in deze overdekte setting en dat had niet alleen met de regen te maken. Liedjes als het oudere Alas Agnes en You Can’t Fool Me, Dennis sloegen wel iets minder aan dan het meer poppy recente werk als Hideaway en single Two Doors Down. Toch was de eindbalans voor deze show positief.

Opvallend ruim was de opkomst voor The Hoosiers (Last Arena), die fungeerden als clowns van het festival. De versterkers werden met vacht bekleed en op elke microfoonstandaard prijkte een opgezette vogel. Hun singles Goodbye Mister A en Worried About Ray doen het dan ook bijzonder goed op de radio. En ook over hun inzet valt geen slecht woord te zeggen. Toch was het resultaat een ietsje teveel voorgekauwd ondanks het feit dat er naast de vintage popsongs ook wel eens gerockt werd. Aan ons was dit spektakel echter niet besteed.

De publieksprijs voor donderdag gaat ongetwijfeld naar The Whitest Boy Alive (Eastpak Core Stage). Misschien heeft iedereen de band al vijf keer op een festival gezien, toch blijft het een waar genoegen om Erlend Øye zijn publiek te zien bespelen. De songs werden naar goede gewoonte mooi aan elkaar gesmeed tot een soort extended versions, gedreven door een uitstekende, hoewel slechts basic ritmesectie waarover de Noor samen met zijn toetsenist Daniel Nentwig zijn eenvoudige gitaarspel en uitgekiende orgelklanken spreidde. Dit eenvoudige recept resulteerde in een kolkende tent en een belofte om in 2010 – de groep stond ook al in 2006 in Dour – terug te keren. Van ons mag het want zowel de nieuwe songs (Courage) als het oudere werk konden ook onze voeten in beweging krijgen.

Hoewel we de nodige reserves hadden bij het concert van Goldfrapp (Last Arena), moesten we achteraf toegeven getuige geweest te zijn van een fantastische performance. Allison Goldfrapp, net als haar hele band volledig in het wit, wist de volledige wei te betoveren en maakte zelfs de regen tot bijzaak. Opvallend was dat de klankbalans voor dit optreden wel perfect zat – al bleek achteraf dat dat niet overal op het terrein het geval was – waardoor elk detail van harp, viool of toetsen perfect zat. De sensualiteit die uitging van deze schitterende frontvrouw tijdens een nummer als A And E deed ongetwijfeld heel wat bloed sneller stromen.

Het evenwicht tussen elektronica in een nummer als Ooh La La en conventionele instrumenten was perfect afgewogen. De erotiek van een nummer als Train was immens. Enkel de suggestie in combinatie met de opzwepende muziek was meer dan voldoende om dit effect te bereiken. De lat voor het festival werd met deze show meteen heel hoog gelegd en daarvoor had ze haar broek zelfs niet hoeven uittrekken.

In de Franstalige muziek neemt hiphop een belangrijke plaats in. Dat werd nog eens duidelijk tijdens het optreden van het Hocus Pocus (Club Circuit Marquee). Dit Franse collectief combineert jazz en soul met hiphop en deed de tent vollopen. Of de prima sfeer te maken had met de muziek dan wel met de hoeveelheid alcohol die de enthousiastelingen al achter de kiezen hadden, laten wij in het midden. Wie houdt van Jazzmatazz en Just Jack, moet hun MySpace maar eens een blik gunnen. Op een festival als Dour voelden de heren zich in elk geval als een vis in het (regen)water.

Vrijdag

Terwijl The Germans (Club Circuit Marquee) een poging waagden om eigenhandig de tentpilaren louter aan de hand van de muziek te verplaatsen, had Jakob Maersk de twijfelachtige eer om voor een handvol geïnteresseerden de festiviteiten op de Red Frequency Stage te openen. Dat deden de Luikenaars met veel enthousiasme en een handvol stevige rocksongs alsof ze voor een goed gevuld stadion stonden. Zanger Bernard Perrier was bescheiden maar kordaat en wist het karige groepje liefhebbers toch uit te bouwen. Alleen al daarom verdiende dit kwartet respect.

Het leek erop dat de heren van Future Of The Left (Club Circuit Marquee) alle aanwezigen persoonlijk een schop voor hun kont wilden verkopen. De ingehouden woede en agressie die dit trio uitstraalde, is moeilijk te beschrijven. De nazaten van McLusky en Jarcrew maakten hun reputatie helemaal waar. Ofwel werd je onstuitbaar meegezogen in de maalstroom van geweld of je had er een grondige hekel aan. Met elke vezel van hun lichaam verdedigden de heren hun standpunt. Afsluiter Cloak The Dagger deed de doden terug verrijzen en de hel uitbarsten. Terwijl bassist Kelson Mathias zijn lichaam tussen de fans gooide, werd het drumstel van Jack Egglestone afgebouwd nog tijdens de set. Magistraal was de enige omschrijving die hierbij paste.

Harvey Milk (La Petite Maison Dans Le Prairie) tapt uit het metalvaatje, maar op één of andere manier sloeg bij hun tegen drone aanleunende metalcore de eentonigheid snel toe.

Een band als Triggerfinger (Club Circuit Marquee) voelt zich thuis op een festival als Dour. Lange Polle was dan misschien tijdelijk onbeschikbaar. Vervanger Renaud Ghilbert (van Les Anges) kweet zich uitstekend van zijn taak als vervanger. Naar goede gewoonte werd de tent verbouwd. Tijdens Is It ging het publiek maar al te graag in op het verzoek van Ruben Block om mee te brullen en First Taste bleek ook nu weer een dijk van een song. Als toegift werd het publiek nog bedacht met klassiekers No Teasin’ Around en het onverwoestbare Locomotion waarbij Ruben zich ontpopte tot amateur-alpinist. Al vaker gezien? Ongetwijfeld, maar daarom nog niet minder lekker.

Het probleem met een band als Pinback (Red Frequency Stage) is dat, eens je ze op een podium hebt gezien, ze niet meer zijn dan een doorsnee rockband. Waar hun songs op plaat quasi perfect klinken, worden ze op een podium teruggebracht tot het strikte minimum. Rob Crow, Zach Smith en hun kompanen speelden een wat dan heet verdienstelijke show, maar het mysterie dat uitgaat van hun albums was ver te zoeken. Desondanks was het genieten van de klasse van een vrij goed ingespeelde band, ook al was Hyphen (toetsen, gitaar) slechts ingevallen op het laatste moment.

De revelatie van de dag speelde ongetwijfeld in de Dance Hall. Ratatat is een New Yorkse band die experimenteert met de mogelijkheden die de crossover van dance en rock biedt. Dit leverde een spannende combinatie op waarbij het moeilijk was de benen stil te houden. Het trio deed dat met instrumentale nummers. Gitaar, bas en synths legden de basis en met wat karige percussie werden enkele accenten gelegd. De vlammende gitaarsolo’s en de laag gestemde bas maakten de verwijzing naar rock compleet terwijl de stomende beats de link met de dancemuziek legden. Ongetwijfeld zouden de visuals beter tot hun recht zijn gekomen in een gesloten zaal, maar deze tent was in elk geval helemaal overtuigd.

New York is altijd al een broeihaard geweest voor hardcorebands. Life Of Agony’s Keith Caputo (Last Arena) was zo vrij de festivalgangers daarop te wijzen net voor de band Lost At 22 inzette. Daarvoor was al gebleken dat ook deze band nog steeds zijn stek waard is op een festival als Dour. Alleen jammer dat het volume de nagellak van de dames deed loskomen, waardoor Caputo zich aanvankelijk schor schreeuwde zonder dat er iets van doorkwam. Naarmate de set vorderde, beterde dit wel, maar perfect zou de sound nooit afgesteld raken. Bevlogen was deze groep in elk geval nog steeds. Of het nu de grote platenmaatschappijen waren die een veeg uit de pan kregen of een persoonlijker onderwerp als zelfmoord werd aangesneden, de band vlamde als in zijn beste dagen.

Zes jaar deden de heren van The Notwist (Red Frequency Stage) erover om met een nieuw album op de proppen te komen. Nu dat er is, wordt er weer volop getourd en op Dour is de band een graag geziene gast. De set was erg afwisselend en liet een band in uitstekende doen horen. De combinatie van subtiele elektronica met traditionele, soms zelfs ietwat naar hun hardcoreroots teruggrijpende klassieke instrumenten werkt nog steeds. Nummers als het nieuwe Gravity en het ronduit schitterend opgebouwde Pilots stuiterden alle kanten op, brachten de nodige afwisseling en onverwachte wendingen en dompelden de toeschouwers onder in hun melancholische geluid. De zachte stem van Markus Acher in combinatie met diens accent hadden duidelijk het gewenste effect. Opmerkelijk ook hoe programmeur Martin Gretschmann zijn partijen had ingesteld aan de hand van enkele Wii spelcomputers zodat hij voortdurend met de controllers liep te zwaaien.

De show die Battles (Red Frequency Stage) bracht, is stilaan genoegzaam gekend. Op het festival waar de groep zijn eerste voorzichtige doorbraak kende, deden de heren ook nu weer wat van hen verwacht werd. Uiteraard was Atlas een groot feest inclusief de nodige crowdsurfing en uiteraard was het nog steeds bewonderenswaardig hoe de groepsleden op elkaar waren ingespeeld, maar toch wordt het stilaan tijd om het repertoire uit te breiden.

Zaterdag

Ook voor vreemde vogels als UFO Goes UFA (Petite Maison Dans La Prairie) was er plaats op Dour. Een drumster in een luipaardpak (inclusief staart) die bovenop de basdrum zat, een zanger die ook al ontsnapt leek te zijn uit het dichtstbijzijnde opvangcentrum en een gitarist die zijn instrument met de nodige grimassen folterde. De muziek die dit zootje produceerde, paste daar volledig bij : psychedelische, uitwaaierende, trage songs. Het handvol aanwezigen was ongetwijfeld gecharmeerd.

Met een naam als The Bones (Eastpak Core Stage) kan je niet anders dan rammelende punkrock spelen. En dat had zijn charme, al was je er na drie nummers wel op uitgekeken.

Het optreden van de Franse groep Coming Soon (Red Frequency Stage) werd erg gesmaakt. Naar eigen zeggen kan hun muziek omschreven worden als een combinatie van Dylan, Pavement en de donkere kant van Johnny Cash. Wij zagen er eerder The Jayhawks in maar dan zonder de harmonieën en met de wat eentonige zang die groepen als Violent Femmes kenmerkt in de plaats. Noem het dwarse Americana, zo u wil, maar dan wel uit Frankrijk.

Elk van de groepsleden kreeg uitgebreid de kans zijn eigen nummers voor te stellen al was het vooral cowboy Howard Hughes die met stetson en gouden jasje de visuele show stal. De nummers waren eenvoudig en afwisselend en de band liet een ontspannen en geïnspireerde indruk. Vooral de erg jonge drummer Leo Bear Creek was een opmerkelijke verschijning, al zijn we dezer dagen wel iets gewend op dat vlak.

Zoals steeds kreeg ook reggae zijn verdiende plaats op het hoofdpodium. Midnite (Last Arena) is één van de minder gekende acts maar al gauw bleek dat ze hun plaats hier waard waren. Rootsreggae volgens het boekje. Van animo was er echter weinig sprake. De sfeer bij latere reggae-optredens zou heel wat beter zitten.

Met een naam als Zu vs Dälek (Petite Maison Dans La Prairie) wist je al vooraf dat je niet met een doorsnee hitparadegroepje te maken zou krijgen. Zu is een Italiaanse avantgardegroep die met bas, drums en baritonsax improvisaties maakt die de grenzen van de populaire muziek opzoeken. Dälek bestaat uit een dj/geluidskunstenaar en een mc, die ook niet vies zijn van een experimentje. De geluidscollages waren vreemd genoeg vrij melodisch. Nergens werd het experiment zo extreem dat het onbeluisterbaar werd.

De Dance Hall zat afgeladen vol voor de doortocht van I AM X. Het moet voor dergelijke vleermuizen een marteling zijn om bij daglicht hun kunsten te vertonen. Van lichtschuwheid was nochtans geen sprake. Chris Corner en zijn band kregen de toeschouwers moeiteloos op de knieën. Nummers als Bring Me Back a Dog werden woordelijk meegebruld. Sinds zijn vorige doortocht op dit festival hebben deze extravagante zwartrokken duidelijk een meer dan behoorlijke fanbase in deze contreien. Toen het publiek dan ook smeekte om toegiften, werd daaraan graag voldaan zodat met een zinderend After Every Party I Die afscheid werd genomen.

Al sinds 1975 bouwt Steel Pulse (Last Arena) aan de weg van Jah en nog steeds rocken de heren een behoorlijk eind weg, ook al zat er toch wat sleet op de stem van David Hinds. Met een blakende zon in de rug ging de Last Arena maar al te graag mee in de riddims . De zomer leek eindelijk te gaan beginnen en Steel Pulse zorgde voor de soundtrack.

Op festivals is het nu eenmaal de gewoonte om een greatesthitsset te spelen. Dat was ook het geval bij Michael Rose (Last Arena) met dit verschil dat hij slechts zelden België aandoet. Het was dan ook één groot feest toen de bezieler van Black Uhuru Sponji Reggae inzette. Rose was duidelijk in een goede bui en nam regelmatig de tijd om aan de zijlijn de nodige ganja tot zich te nemen. Zijn groep speelde een hechte set en bewees hiermee nogmaals dat rootsreggae nog steeds populair is. Naast hits als Police And Thieves kwamen ook enkele songs van zijn nieuwe album aan bod. De sfeer tijdens het concert zat zo goed dat alles vlotjes werd geslikt en daarmee willen we helemaal niets afdingen op de kwaliteiten van deze band. Uiteraard werd er – naar goede gewoonte bij reggaezangers – een loopje genomen met het tijdschema zodat een stomend Guess Who’s Coming To Dinner ruim een kwartier na het voorziene einde zorgde voor een afscheid met een knal.

Waar religie voor reggaeliefhebbers een excuus is om van de geneugtes des levens te kunnen proeven, is de god tot wie David Eugene Edwards zich wendt een harde, repressieve god. Dat bleek al uit de muziek die hij met Sixteen Horsepower maakte en ook Woven Hand (Red Frequency Stage) zit in hetzelfde straatje al zit Woven Hand dichter bij rock dan dat met zijn vorige groep het geval was. Maar op een podium is Edwards de bevlogenheid zelve. Als een oude indiaan gezeten in het centrum van het podium leidde hij zijn band doorheen de zondige festivalwereld zoals Mozes het uitverkoren volk door de Rode Zee gidste. De intensiteit die van zijn aangezicht was af te lezen, was zoals steeds bijzonder groot. Bovendien speelde de band alsof hun leven ervan afhing. Dit soort rootsmuziek zou iedere atheïst kunnen bekeren. Je mocht nog zo’n afkeer hebben van het genre, je kon niet anders dan onder de indruk zijn.

Zondag

Ondanks het “ungodly hour” waarop Madrugada (Red Frequency Stage) moest optreden, slaagden de emotionele songs er toch in het publiek overeind te krijgen. Kaalkop Sivert Høyem haalde het onderste uit de kan om zijn gevoelens aan de hand van zijn bariton en bijhorende donkere muziek over te brengen. De slidegitaar deed je wegdromen. Of het nu rustige nummers (het koninklijke Majesty maakte diepe indruk) waren dan wel liedjes die zwaarder op de hand lagen, alles was van eenzelfde hoog niveau. Uitsmijter en Stoogescover I Wanna Be Your Dog, gespeeld aan een slepend tempo, paste op die manier perfect in de zorgvuldig opgebouwde set.

Subtle (Club Circuit Marquee) is ontstaan uit het Anticoncollectief. Frontman en superweirdo Adam Drucker declameerde een soort speedhiphop met een stortvloed aan woorden uitgespreid over een cocktail van elektronica, gitaar en klassieke instrumenten als dwarsfluit en saxofoon. Hij deed dat met veel zin voor drama, vroeg zich af of Obama werkelijk voor verandering zou gaan zorgen in de VS, converseerde met zijn gestreepte doodshoofd en verkende elke uithoek van het podium. Visueel was dit best aardig, maar de muziek slaagde er niet echt in ons geboeid te houden.

Met ‘Alopecia’ heeft Why? (Club Circuit Marquee) één van de beste albums van dit jaar gemaakt. Na hun passage in Trix eerder dit jaar mochten ze ook in Dour hun opwachting maken. Merkwaardig toch hoe vier muzikanten een dergelijk rijk geluid kunnen tevoorschijn toveren. Neem daarbij de associatieve teksten van Yoni Wolf (uit dezelfde stal als Adam Drucker van Subtle) en je krijgt een mooi geheel. Uiteraard werd er vooral uit het laatste album gepuurd voor dit optreden met een heerlijk Song Of The Sad Assassin en een vertraagd Simeon’s Dilemma als hoogtepunten. Vooral de prominent aanwezige vibrafoon maakte van dit concert iets buitengewoons.

De sluimerende dronemetal van Earth (Petite Maison Dans La Prairie) is hypnotiserend. Met gesloten ogen kon je je door deze instrumentale nummers laten meevoeren naar onmetelijke landschappen van dorre woestijnen en onherbergzame streken. De steeds herhaalde gitaarriffs ondersteund door een puike ritmesectie en aanvullend toetsenwerk en zelfs een verdwaalde trombone bracht menig toeschouwer in trance.

Al van bij hun debuut was Fujiya & Miyagi (Club Circuit Marquee) een buitenbeentje in de Britpop. Niet verwonderlijk als je beschouwt dat ze hun inspiratie uit de Krautrock haalden. Voor hun twee reeds uitgebrachte albums maakten ze enkel gebruik van een drumcomputer, maar voor het in september te verschijnen ‘Lightbulbs’ werd gebruik gemaakt van een drummer.

Voor het eerste deel van de set werd de drummachine nog als basis bovengehaald.Van veel communicatie was er niet meteen sprake. Niet dat daar behoefte aan was want de stevige ritmes hielden het publiek voortdurend bij de les. Na enkele nummers werd nieuwbakken drummer Lee Adams erbij gehaald. Wie uitgebreide drumpartijen verwachtte, was echter aan het verkeerde adres. Samen met bassist Matt Hainsby bleven de ritmes eerder eenvoudig, maar des te efficiënter. De set was in elk geval perfect opgebouwd naar een explosief Elektro Karaoke dat geleidelijk terug overliep in Ankle Injuries, waarmee ook werd geopend. Daarmee was de cirkel volledig rond en werd het concert op een hoogtepunt afgesloten.

Copyright : daMusic
Meer foto’s op Photobucket

4 Reacties naar “Dour festival – 17 t/m 20 juli 2008”

  1. Audience zei

    Wil iemand Patrick het nut van de “more”-knop uitleggen aub? :-)

  2. muziekfriek zei

    Merci, hé, Robin, ik heb me altijd afgevraagd waar dat nu precies voor diende …
    Is ‘t zo beter?

  3. Audience zei

    Amai nog niet! Proficiat. En vanaf nu bij al jouw blogs doen. Overzicht, aah great.

  4. [...] september 2008 Misschien was het maar beter dat we Ratatat live aan het werk zagen op het Dourfestival voordat ‘LP3’ in de brievenbus viel. Op die manier ga je onbevlekt naar een optreden, heb je [...]

Reageer