Shearwater – Rook
22 juli 2008
Het lijkt erop dat de Siamese tweeling Jonathan Meiburg en Will Sheff stilaan gescheiden raakt. Sheff wordt op dit nieuwe album ‘Rook’ van Shearwater nergens vermeld en Meiburg is in geen velden of wegen meer te bekennen binnen Okkervil River. Voorganger ‘Palo Santo’ (waarbij de inbreng van Sheff ook al beperkt was) gooide hoge ogen bij critici. Met ‘Rook’ wordt dit succes terecht geconsolideerd.
Jonathan Meiburg heeft iets met vogels: een “shearwater” is een pijlstormvogel en een “rook” is een roek, een kraaiachtige. Niet echt verwonderlijk als je weet dat Meiburg eigenlijk ornitholoog van opleiding is.
In zijn teksten duiken trouwens allerlei vogels op en lijkt hij gefascineerd door de natuur. Meiburg is ervan overtuigd dat het niet goed gaat met de wereld. Om dat onder woorden te brengen, gebruikt hij metaforen die voortdurend teruggrijpen op de natuur. In Rooks vallen de vogels uit de lucht. En het is de mens die daarvoor verantwoordelijk is. Pas als de mens ophoudt met roofbouw te plegen, is er nog hoop. Of zoals Meiburg het verwoordt : “There’s nowhere to flee for your life / So we stay inside / And we’ll sleep until the world of man is paralyzed”.
In zijn muziek maakt hij zich daar duidelijk boos over. Nummers als het schitterende The Snow Leopard beginnen alleen met zijn stem (ergens tussen Jeff Buckley en Antony) en een verdwaalde piano om dan uit te barsten in gitaarriffs en roffelende drums. Met opener On The Death Of The Waters weet u meteen waar u aan toe bent. Het pianospel doet ons daarbij soms denken aan dat van seventiesband Supertramp, al houdt de vergelijking daarbij helemaal op.
Dit is geen plaat die je draait terwijl je de schoonmaak doet. Dit album zuigt alle aandacht naar zich toe en eist je hele wezen op. Meiburgs stem is daaraan schatplichtig, maar u zal ook de finesses missen als u zich niet volledig aan deze cd wijdt: de klarinet in Home Life, de vibrafoon en de strijkers in Leviathan, Bound.
Het album is afwisselend, verveelt nooit, maar verdraagt geen enkele concurrentie. Waar Lost Boys een ingetogen ballade is, is Century Eyes een boze indierocksong met een drammende gitaar en een opgewonden Meiburg. Maar beide songs sleuren je mee in een draaikolk van gevoelens waar je pas uitraakt als de cd beëindigd is.
Wie dit album de tijd geeft, zal tot de conclusie komen dat Jonathan Meiburg en zijn Shearwater zijn uitgegroeid van afsplitsing van Okkervil River tot een volwaardige indierockband, waarvan ongetwijfeld nog heel veel moois te verwachten valt. Intussen zijn wij al heel erg opgetogen met dit meesterwerk.
Copyright : daMusic
