Voorpret
29 april 2008
Heeft u dat ook wel eens? Dat je niet kan wachten om naar de platenwinkel te lopen? Dat het water je bij de gedachte alleen al in de mond komt? Ik dus wel. Ik kan daar mee opstaan, met dat kriebelend gevoel. Die anticipatie. Ik moet toegeven dat, eens ik in die platenwinkel ben, het soms wel eens tegenvalt. Als ik bijvoorbeeld een bepaalde cd die ik zoek, niet kan vinden. Dan slaat dat enthousiasme vaak om in boosheid, woede zelfs. Maar als die cd er toch is, kan ik niet wachten om thuis te geraken. Ik zou de geluidsbarrière willen doorbreken (al valt ook dat meestal wel mee).
Datzelfde gevoel heb ik dus bij een platenbeurs. Jawel, het bestaat nog, de platenbeurs waar je verloren ewaand vinyl terug kan opduikelen, waar je cd’s aan interessante prijzen kan kopen, waar je speciale uitgaves vindt. Op dit ogenblik heb ik dus voorpret voor de platenbeurs van Heist-op-den-Berg, die traditioneel op 1 mei wordt gehouden. U moet het ook maar eens proberen, zo’n platenbeurs. Tenminste, als u iets hebt met (pop)muziek. Het is uniek. Maar zorg dan wel dat u op tijd bent want rond de middag zijn de interessantste koopjes verdwenen. Hier vindt u er alles over.
Dat hoogstens vijftig nieuwsgierigen zijn opgedaagd voor de solo-show van Shara Worden, het aantrekkelijke gezicht van My Brightest Diamond, is niet echt verwonderlijk. Vooreerst is dit geen muziek die de grote massa aanspreekt en bovendien betreft het hier de voorstelling van haar nieuwe in juni te verschijnen cd ‘A Thousand Shark’s Teeth’. Veel nieuwe, nog maagdelijke nummers dus.
Net als voor het vorige Belgische optreden van My Brightest Diamond in Trix in september 2007 is het Soy Un Caballo die de vroegkomers mag opwarmen. Met hun lieftallige Frans gezongen luisterliedjes charmeren ze alvast de aanwezigen. Daarbij gebruikt het duo enkel hun stemmen, een gitaar, een vibrafoon en een basgitaar. Vooral Aurélie Muller weet met haar percussiespel, dat ze gepast afwisselt met spaarzaam getokkel op haar bas, moeiteloos de aandacht vast te houden.De liedjes zijn (of lijken) onschuldig en klinken erg melodisch. Saai wordt het echter nergens. Een welgemeend “Muchos Gracias” is hier ongetwijfeld op zijn plaats.
Uiteraard fungeert My Brightest Diamond als trekpleister vanavond en het applaus bij opkomst is dan ook navenant. Hoewel ze haar band niet bij zich heeft, zit er meer dan voldoende afwisseling in de set. Naast de onvermijdelijke elektrische gita(a)r(en), worden ook de piano (Riding Horses) , de duimharp (Apples) en de ukulele (de mysterieuze “car song”) gebezigd. Neem daarbij de wat eigenaardige stemvervormer waardoor Black & Costaud wordt gezongen en u begript dat het geheel op zijn minst intregerend is.
Uiteraard zijn het niet enkel nieuwe songs die aan bod komen. Er is voldoende ruimte voor ouder werk en voor de onvermijdelijke covers. Met Inside A Boy wordt de dans ingezet. Zonder ook maar enigszins in imitatie te vervallen, borrelt de naam Jeff Buckley bij deze (en andere) songs naar boven. Die unieke, duidelijk geschoolde, emotierijke stem gecombineerd met dat enthousiaste gitaarspel brengt deze overleden bard nu eenmaal in herinnering. Even goed kan je verwijzen naar Kate Bush vanwege het theatrale in haar voordracht. Vooral in de wat rustigere nummers worden we onweerstaanbaar die richting uit geduwd.
Deze jongedame heeft hoe dan ook voldoende talent om al die invloeden tot een eigen, erg smaakvol brouwsel om te toveren. Bij momenten lijkt het wel of ze met haar gitaar in de aanslag ten strijde wil trekken terwijl ze in het volgende moment weer weet te ontroeren.
Zoals steeds zijn de covers indrukwekkend. Haar versie van When Doves Cry haalt de krul uit je haren. Je kent dat nummer, zingt de tekst mee en toch duurt het tot het refrein voor je door hebt dat het om een nummer van Prince gaat. Nina Simone’s Feeling Good was dan misschien niet de beste interpretatie ooit, maar als haar gitaar op hol slaat, is zij de eerste die dat met een vrolijke lach relativeert.
Shara Worden en haar diamant schitteren op verblindende wijze en doen ons smachten om haar met een volledige line-up terug te zien. Als we iets meer vertrouwd zijn met de nieuwe nummers, moeten de vonken daarvan afspatten.
Midnight Juggernauts – Dystopia
28 april 2008
Waar groepen als LCD Soundsystem en !!! (opnieuw) de brug sloegen tussen rock- en dansmuziek en projecten als Daft Punk zorgden voor de borstwering, is het verkeer dat die brug gebruikt steeds drukker geworden. Voor bands als Midnight Juggernauts is het dan ook niet eenvoudig om op te vallen.
Ze komen zowaar uit Australië, de Midnight Juggernauts, en speelden aanvankelijk gitaarrock voor ze de synthesizer en de dansmuziek ontdekten. ‘Dystopia’ is hun debuut. De plaat verscheen al in 2007 maar kwam pas onlangs in Europa op de markt. Verscheidene remixen van onder andere !!! en Electric Six en het feit dat ze Justice tot hun fans kunnen rekenen, moet nu de doorbraak betekenen voor deze jongens.
De plaat begint in elk geval sterk. De eerste drie nummers behoren tot het betere werk en maken ook meteen duidelijk waarom precies de heren van Justice van dit soort muziek houden. De drums zijn soms klassiek, maar schakelen even vlot over op een dansbare beat. Die omschakeling houdt de nummers levendig en de luisteraar nieuwsgierig.
Het beeld dat van de wereld geschetst wordt in ‘Dystopia’ is niet echt rooskleurig. The Ending Of An Era windt er niet bepaald doekjes om. Op eentonige wijze wordt in een soort overzicht afgerateld waar het allemaal fout loopt om uiteindelijk enkel nog met “the sirens” over te blijven. Maar dan is het natuurlijk al lang te laat om de alarmbel te luiden.
Bij momenten doet deze plaat ons denken aan China Crisis, een vergeten band uit de jaren tachtig, al zijn de Midnight Juggernauts veel meer geneigd om de dansvloer te vullen dan de hitparade te gaan bestormen.
De eerste drie nummers van de plaat zijn hoe dan ook onwaarschijnlijk sterk en houden de luisteraar volledig bij de les. De heerlijke bas gecombineerd met de dansbeat en de goed geplaatste synths maken van nummers als Shadows een genot om te beluisteren. Helaas wordt met Worlds Converged het tempo uit de plaat gehaald, waardoor de aandacht begint te verslappen. Pas als er in Road To Recovery terug enige vaart wordt gezet achter de nummers, kan dit plaatje ons opnieuw bekoren. Helaas is het dan opnieuw wachten tot Nine Lives en So Many Frequencies voor de motor terug op volle snelheid geraakt.
‘Dystopia’ is helemaal geen slecht album. Alleen, het had nog zo veel beter kunnen zijn. Moeten ze dan geen rustigere nummers meer maken? Misschien wel, alleen hebben wij de indruk dat die uptempo nummers veel meer opvallen in het almaar meer stagnerende verkeer.
Copyright : daMusic
Je wordt ouder, papa
25 april 2008
Toen ik gisteren voor de labozaal van het Stuk in Leuven stond te wachten, overviel het me: zullen deze jonge mensen, nu nog vol ambitie, dromen, idealen, hier over pakweg twintig of misschien zelfs maar tien jaar hier ook nog staan? Of gaan ze zich liever uitleven in hun werk om zo uiteindelijk zichzelf te verloochenen?
Wat ben ik blij dat muziek mij nog zo veel zegt, dat het een passie is gebleven die ik ben blijven uitdiepen! Daar stonden we dan met zijn drieën: een man met het weinige resterende haar in een paardestaartje, een man met das en pak en ik. Of we meer genoten hebben dan de anderen, zou ik niet durven beweren. Maar muziek bezorgt mij in elk geval nog steeds kippenvel en soms zelfs tranen in de ogen.
Als mijn jongste dochter dan zegt dat ik haar niet moet helpen bij het uitkiezen voor de muziek die we op haar feestje gaan draaien, raakt me dat niet echt. Ik heb nooit van dansmuziek gehouden en mijn drie kinderen (de ene al wat meer dan de andere) hellen steeds meer de dansbare kant uit. Het is hun gegund. Zo lang ze de muziek maar met passie beleven en het niet zien als achtergrond.
Dan is het voor mij allemaal goed.
“Hi folks, we’re Centro-Matic from Denton, Texas. We’d like to thank our supporting act South San Gabriel.” Will Johnson mag zijn weerborstel dan verstopt hebben onder een baseball cap en zelfs van schoenen gewisseld zijn, het is nog steeds hetzelfde mannetje geruggesteund door een uitstekende band die op het podium staat. Voor de lezer lijkt dat misschien vreemd, maar de 150 aanwezigen zijn het inmiddels gewend: de twee-eenheid van Centro-Matic en South San Gabriel.
Het spektakel dat Jos Steen & Geneviève Dartevelle vooraf neerzetten, is eigenlijk het vermelden niet waard. De man is stomdronken, klungelt voortdurend met zijn gitaar en breekt dan ook nog een snaar. Dartevelle probeert met haar mondharmonicaspel nog te redden wat er te redden valt, maar ook zij moet uiteindelijk de strijd opgeven. De Belgische Captain Beefheart slaagt er hoogstens in om op de lachspieren in te werken.
Nee, geef ons dan maar het gezelschap dat onder twee namen twee soorten muziek brengt. Deze keer mag South San Gabriel het voorprogramma verzorgen. De songs van hun nieuwe split-dubbelalbum zijn nog te nieuw voor het publiek om ze te kunnen herkennen. Dat neemt echter niet weg dat van bij opener Emma-Jane de rillingen voelbaar de muisstille zaal doorwoelen. Johnson laat de zaal uit zijn hand eten. Bij momenten stampt hij het ritme met zijn voeten mee vanop zijn stoel alsof hij de emoties op die manier kracht wil bijzetten.
Het meeste indruk maakt de groep met een nummer dat niet op de nieuwe plaat staat en waarvan hij de tekst op een kladblaadje heeft gekribbeld. Het lijkt er zelfs op of het die avond nog geschreven is. Feel Too Young To Die heeft misschien wel te maken met één van zijn vrienden die onlangs het leven liet. Het nummer is erg intens en de tristesse staat te lezen in de grimassen die hij tijdens het zingen trekt, in de rimpels op zijn voorhoofd. Of hoe muziek troost kan brengen.
Heel andere koek horen we bij zijn andere groep. Scott Danbom laat zijn piano en viool aanvankelijk voor wat het is en neemt de bas ter hand, terwijl Mark Hedman de gitaar bezigt. En dan is er natuurlijk Matt Pence bij wie je steeds de indruk hebt dat drummen poepsimpel is. Uiteraard mag ook de pedal steel van Matt Stoessel niet ontbreken, al komt die bij Centro-Matic veel minder aan bod.
Het is op zich al moeilijk om liedjes te herkennen als de titels niet voor de hand liggen, maar bij Centro-Matic is het helemaal onbegonnen werk. I, The Kite is ongetwijfeld één van de hoogtepunten, samen met klassiekers als Calling Thermatico en het haast exploderende Blisters. Wie denkt dat er geen tijd wordt gemaakt voor grapjes, heeft het mis. Johnson oogt opvallend ontspannen en probeert de zaal zelfs letterlijk iets bij te leren (“En nu allemaal samen : home slice.”). Soms lijkt het erop of hij reuzenstappen wil nemen en heft hij zijn linkerbeen in een soort zoeloedans de lucht in. Het draagt allemaal bij tot een avond die in mineur begint maar op een hoogtepunt eindigt.
Noem het schizofrenie, noem het geschift. Het is in elk geval uniek binnen de popmuziek dat dezelfde groep twee volkomen verschillende sets speelt. Wie echter aanwezig is, verlaat de zaal met pretlichtjes in zijn ogen.
Copyright : daMusic
Kelley Stoltz – Circular Sounds
18 april 2008
Alles aan de nieuwe cd van Kelley Stoltz ademt nostalgie. Nostalgie naar de tijd dat vinyl werd gekoesterd als was het goud. Nostalgie naar de tijd dat je de adem inhield terwijl je de naald in kant twee zette. Nostalgie naar grote openklapbare hoezen met papieren binnenhoezen. Nostalgie zelfs naar lettertypes van weleer. En uiteraard nostalgie naar muziek. Muziek die je de oren doet spitsen en de rug doet rechten.
Stoltz heeft altijd al in de marge gewerkt. Sinds 1999 maakt hij gestaag albums die vaak erg geliefd zijn bij mensen voor wie songs liedjes moeten zijn. Liedjes met een begin en een einde, met strofen en een refrein. Maar vooral liedjes die iets te vertellen hebben. Dat is op ‘Circular Sounds’ niet anders. Hiermee heeft hij opnieuw geen millionseller gemaakt, maar er zijn ongetwijfeld mensen die het liever zo hebben. En gelukkig maar.
Geen grootse arrangementen op dit album. Geen synthesizers (al weet je dat natuurlijk nooit). Vakmanschap is wat je mag verwachten. Nu kan vakmanschap wel eens resulteren in vervelend geneuzel. Dat is bij deze plaat zeker niet het geval. Elk liedje wordt anders aangepakt.
Bij momenten waart de geest van Sufjan Stevens door de liedjes. In opener Everything Begins hoor je bijvoorbeeld de speelsheid van die andere singer/songwriter doorschemeren. In de koortjes, in de piano of in de fluit waarmee het nummer halverwege wordt opgeluisterd. Die fluit komt later nog eens terug in Mother Nature, een wals waarop het heerlijk wegdromen is.
Bij The Birmingham Eccentric krijg je het retrogevoel dat ook het artwork met zich meebrengt. De zachtjes scheurende sax neemt je mee terug in de tijd. Bij Put My Troubles To Sleep ontkom je niet aan het gevoel dat dit van de late Beatles had kunnen zijn. De gitaar in de intro van Your Reverie doet denken aan John Fogerty’s beste werk. Van kopiëren is er echter nergens sprake.
Dat precies You Alone aan het einde van dit album wordt geplaatst, lijkt logisch. Het is het “moeilijkste” nummer van de plaat: hoekig en minder recht door zee dan de rest van de songs. Maar ook hier glipt de schoonheid uiteindelijk door het net van vreemde baswendingen en achtergrondkoortjes.
Hoe meer liedjes je te horen krijgt, des te meer wordt je opgezogen in de wereld die Kelley Stoltz je voorspiegelt. Er is geen enkel nummer waarbij je de neiging voelt om de skipknop op te zoeken. Kan je in dat geval anders dan van een geslaagde plaat spreken?
Copyright : daMusic
Brussels by … euh, evening?
17 april 2008
Om 16.00 u. gedaan met werken. Om 17.45 u. interview in Brussel. Het wordt een lange avond. Sowieso wat overgewerkt. Broodje gehaald en Brussel ingereden. Broodje opgegeten en dan op naar het interview. Intussen al heel wat interviews gedaan en toch zijn er nog die zenuwen die opspelen. Gelukkig slaagt de dame van V2 er moeiteloos in mij op mijn gemak te stellen. Of hoe enthousiasme aanstekelijk werkt. Dat was al zo bij het interview met Savalas en dat is nu opnieuw zo. Of ik misschien even kan wachten want een filmploeg wil Will Johnson eerst onder handen nemen. Geen probleem, hoor. Uiteindelijk ben ik toch eerst aan de beurt omdat de ploeg blijft treuzelen bij Baby Dee. Johnson is uitermate vriendelijk en kijkt voortdurend recht in je ogen met zijn borende kijkers vanuit dat ietwat ingevallen gezicht. Hij blijkt een prima gesprekspartner en het interview verloopt dan ook erg vlot. Zelfs als ik hem een toch ietwat uitdagende vraag voorschotel, gaat hij daar vol overtuiging op in.
Na twintig minuten is het interview afgelopen. En dan is er nog tijd. Heel veel tijd voordat het optreden begint. Dus je haast je naar je favoriete platenwinkel terwijl je hoopt daar weer leuke dingen aan interessante prijzen te kunnen vinden. Helaas: voor mijn neus wordt de winkel gesloten. Dus slenter ik door Brussel, bewonder de stripmuurtekeningen vlakbij de Grote Markt en snuister in de tweedehands boekenwinkeltjes. De avond mag dan lang zijn. Het geslaagde interview maakt veel goed. En dan is er uiteraard nog het concert. Maar daarover binnenkort meer.
Zoot Woman – Botanique, Brussel – 10 april 2008
13 april 2008
Optreden voordat de plaat uitkomt. Het is niet alledaags, maar Zoot Woman heeft vertrouwen genoeg in het nieuwe werk om nu al promotie te gaan maken voor ‘Things Are What They Used To Be’, het nagelnieuwe binnenkort te verschijnen album. In België doen ze dat in de Orangerie, de grootste zaal van de Botanique.
Als voorprogramma Bambi Kramer het podium komt opgesloft, staat het publiek nog verdeeld over eilandjes in de zaal. Daar komt trouwens de hele show lang niet veel verandering in. Marie V. (zang/toetsen) en Loic b.o. (zang/gitaar/toetsen) mogen dan wel voldoende decibels produceren om de gesprekken te verstoren, meer dan een lusteloze geeuw kan hun muziek niet teweeg brengen. Zelfs op het grote videoscherm was meestal niet meer te zien dan slaapverwekkend behang.
Nee, dan maar Zoot Woman. Inspirator en muzikale tovenaar Stuart Price (aka Jacques Lu Cont van Les Rythmes Digitales) heeft het te druk met remixen en met de nieuwe plaat van Madonna om zelf mee op tournee te gaan. Dat laat het trio dat wel acte de présence geeft echter niet aan het hart komen. Ze spelen een gedreven set met ruim aandacht voor nieuw werk. Nieuw werk dat goed voorzien is van zompige basklanken en daverende basdrums.
Uit opener en nieuwe single We Won’t Break valt al op te maken dat in de vijf jaar sinds het titelloze album de muzikale speeltuin in het hoofd van Price is teruggebracht tot de basis. Gitaar, drums en vooral bas treden meer op de voorgrond. Information First wordt zelfs enkel en alleen op de bassynthesizer gespeeld zonder een ander instrument daarbij te betrekken.
Zanger Johnny Blake struint het podium op en neer in zijn glanzend rode schoenen terwijl hij zijn gitaarkunsten afwisselend aan beide kanten van zijn microfoon vertoont. Bassiste The Zoot Woman, op rode hoge hakken en in netkousen boven een kort zomerjurkje, laat haar bas ronken als een nieuwe motor, daarbij haar frontman op zang ondersteunend. Johnny’s broertje Adam houdt de denderende trein op het goede spoor.
Niet enkel nieuwe nummers komen aan bod. Radiohit Grey Day wordt aan hogere snelheid gespeeld terwijl It’s Automatic dichter bij de plaatversie blijft. Ook Living In A Magazine wordt aangepast aan het nieuwe jasje dat Zoot Woman zich heeft aangemeten. Als bissen volgen naar het einde toe nog het nieuwe Lust Forever en Hat Full Of Happiness, waarna het doek valt.
Zoot Woman nieuwe stijl bevalt ons wel. Het drietal krijgt het publiek zonder enige moeite in beweging en de nieuwe songs dienen duidelijk niet om bij stil te blijven staan. Als dat de bedoeling was van Price, is zijn opdracht met glans volbracht.
Copyright : daMusic
Meer foto’s op Photobucket
Artwork = Work of Art
12 april 2008
Ik hou wel van het artwork van cd’s. Nee, laat ik het anders uitdrukken: ik ben gek op de bij cd’s gevoegde boekjes. In die mate zelfs dat ik er een aantal heb ingekaders en (letterlijk) boven mijn bed heb gehangen. Zo lang mijn vrouw daarmee kan leven, moet dat toch kunnen. Beschouw mij dus maar gerust als een freak (of friek zo u wil).
Vorige week had ik nochtans een gesprek met een vriend bij wie de liefde voor het artwork toch nog iets verder gaat. Hij vertelde me dat hij ‘The Reminder’ van Feist had gekocht en dat er zo’n afzichtelijk promostickertje op het boekje kleefde. Dat moet er dan onvermijdelijk worden afgeprutst en dan loop je het risico dat je het boekje beschadigd en dat is precies wat er gebeurde. Wat doe je dan? Simpel, dan koop je de cd gewoon nog eens. Probleem opgelost.
Ik durf ver te gaan, maar dat is echt wel TE ver (met alle respect, hoor, S).
Tapes ‘n Tapes – Walk It Off
11 april 2008
Toen ‘The Loon’ uitkwam, was het eerder een curiositeit. Men bekeek Tapes ’n Tapes met iets van nieuwsgierigheid: benieuwd of zo’n bandje dat zijn naam en faam had opgebouwd op het internet ook werkelijk iets waard is. Het debuut was opgenomen met de beschikbare middelen en klonk ook zo. Dat had zijn charme. Ook nu is iedereen benieuwd. Benieuwd of ze hun succes kunnen bevestigen. Consolideren heet dat dan met een mooi woord.
‘Walk It Off’ heet hij, de klassieke moeilijke tweede. Het van je aflopen dus. Alle ellende, pech en ander onheil vergeten gewoon door te gaan stappen tot je hoofd helemaal leeg is. Hier zou nu een schitterend relaas moeten komen over de teksten van het album. Helaas, u zal zich tot Josh Grier zelf moeten wenden om daarin klaarheid te scheppen. Net als op ‘The Loon’ is het enige dat je uit ‘s mans teksten kan halen compleet kierewiete citaten als “I’m on trial / I’m on fire” (uit Le Ruse). Maar who gives a flying fuck? Wat maakt het uit dat je niks van de teksten kan maken als de muziek te gek is.
Erg lang hebben Grier & Co niet moeten nadenken over wat ze met deze cd wilden : rocken als de beesten. De middelen die XL-recordings hen ter beschikking stelden, maakten het mogelijk om deze keer professioneel tewerk te gaan, een producer in te schakelen en meer dan één microfoon te gebruiken. En dat hoor je. Vooral de drums en de bas komen prima uit de verf. Zelfs in die mate dat de baslijnen (Luister naar Headshock) van Eric Applewick mettertijd door je hoofd blijven spoken.
Single Hang Them All was de ideale voorloper. Tapes ’n Tapes’ MySpace stond al een tijdje bij de favorieten ook al was enkel dat ene nummer daar te horen. Die uitdagende gitaar, even later ondersteund door een tegendraadse bas in combinatie met hyperventilerende drums, grijpt je bij de haren om je onverbiddelijk mee te slepen tot het moment dat het refrein explodeert in je boxen/koptelefoon.
Merk op dat dat refrein pas op het einde van het nummer aan bod komt. Dergelijke onverwachte wendingen kom je trouwens wel meer tegen op dit album. Dat kan gaan van aan metal verwante uitbarstingen (Headshock) tot een nummer dat steeds een versnelling hoger schakelt om uiteindelijk vreselijk uit de bocht te gaan (Demon Apple). Let in dat nummer trouwens ook op de volledig dwars liggende toetsen.
We zouden het nog kunnen hebben over Conquest, dat Alexander als veroveraar doet verbleken of over The Dirty Dirty dat in al zijn monotonie geniaal is, maar we willen uw plezier niet helemaal vergallen. Ontdek liever zelf waarom u als liefhebber van pakkende indierock dit werkstuk niet mag missen. U zal zien: het loont de moeite.
Copyright : daMusic









